Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Harpist Joost Willemze: van Bach tot Tournier

Harpist Joost Willemze: van Bach tot Tournier

Kleine Zaal
23 april 2025
20.15 uur

Print dit programma

Joost Willemze harp

Dit programma maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Ook interessant:
- Wat neemt Joost Willemze mee naar zijn concerten?

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Toccata en fuga in d kl.t., BWV 565 (1708)
oorspronkelijk voor orgel

Paul Hindemith (1895-1963)

Sonate (1939) 
voor harp solo
Mässig schnell
Lebhaft
Lied. Sehr langsam

Mikhail Mtsjedelov (1903-1974)

Variaties op een thema van
Paganini (1960)
voor harp solo

Félix Godefroid (1818-1897)

La danse des Sylphes (1880)
voor harp solo

pauze ± 21.00 uur

Anne-Maartje Lemereis (1989)

Me•de•a (2025)
wereldpremière

Heinz Holliger (1939)

Praeludium, Arioso und ­Passacaglia (1987)

Henriette Renié (1875-1956)

Pièce symphonique en trois ­épisodes (1907)
Marche funèbre
Appassionata
Transfiguré

Marcel Tournier (1879-1951)

Images suite nr. 3, op. 35 (1925)
Les anesses grises sur la route 
     d’El-Azib

Danseuse a la fontaine d’Ain-
     Draham
Soir de fête à Sedjenane

einde ± 22.15 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Kleine Zaal 23 april 2025 20.15 uur

Joost Willemze harp

Dit programma maakt deel uit van de serie Jonge Nederlanders.

Ook interessant:
- Wat neemt Joost Willemze mee naar zijn concerten?

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Toccata en fuga in d kl.t., BWV 565 (1708)
oorspronkelijk voor orgel

Paul Hindemith (1895-1963)

Sonate (1939) 
voor harp solo
Mässig schnell
Lebhaft
Lied. Sehr langsam

Mikhail Mtsjedelov (1903-1974)

Variaties op een thema van
Paganini (1960)
voor harp solo

Félix Godefroid (1818-1897)

La danse des Sylphes (1880)
voor harp solo

pauze ± 21.00 uur

Anne-Maartje Lemereis (1989)

Me•de•a (2025)
wereldpremière

Heinz Holliger (1939)

Praeludium, Arioso und ­Passacaglia (1987)

Henriette Renié (1875-1956)

Pièce symphonique en trois ­épisodes (1907)
Marche funèbre
Appassionata
Transfiguré

Marcel Tournier (1879-1951)

Images suite nr. 3, op. 35 (1925)
Les anesses grises sur la route 
     d’El-Azib

Danseuse a la fontaine d’Ain-
     Draham
Soir de fête à Sedjenane

einde ± 22.15 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Toelichting

Toelichting

door Marike Tuin

Bach: Toccata en fuga

Dit harprecital begint met misschien wel het ­bekendste orgelwerk van Johann ­Sebastian Bach, de Toccata en fu­ga in d klein. Bach ‘recyclede’ veel van zijn eigen werken en bewerkte stukken van onder anderen Vivaldi. Hij zou er vast niets op tegen hebben gehad dat dit majestueuze orgelwerk voor harp bewerkt zou worden. Het stuk krijgt door de intiemere setting natuurlijk een hele andere klankkleur. Deze Toccata en fuga van Bach werd uitgevoerd door grote musici als Mendelssohn, Schumann en Liszt, maar werd wereldberoemd doordat Walt Disney Stokowski’s orkestbewerking uit 1927 opnam in de film Fantasia. Een toccata (van het Italiaanse woord ‘toccare’: aanraken) is een virtuoze instrumentale compositie zonder vaste vorm. Een fuga (‘fugere’ is Latijn voor vluchten) heeft daarentegen een heel duidelijke structuur, met als basis imiterende stemmen. 

Hindemith: Sonate

Paul Hindemith was een Duitse componist, altviolist, pedagoog, theoreticus en dirigent. Toen de nazi’s in 1936 zijn werk als ­‘Entartete Kunst’ bestempelden week hij eerst uit naar Zwitserland en later naar Amerika. Zijn stijl evolueerde in de loop der decennia van laatromantisch naar expressionistisch, maar hij bleef de principes van het neoclassicisme altijd trouw. Na een periode die we kunnen scharen onder de ‘nieuwe zakelijkheid’ groeide aan het begin van de jaren dertig bij Hindemith sympathie voor een meer gevoelsmatige benadering van muziek – met een melodieuzere componeerstijl tot gevolg. Zijn Harpsonate is romantisch van natuur, maar klassiek van structuur. Het derde deel, Lied, wordt voorafgegaan door een gedicht van de achttiende-eeuwse dichter Ludwig Hölty: ‘Vrienden, als ik gestorven ben, hang dan de kleine harp achter het altaar…’ De klanken van de harp echoën in de kerk met een melodie die de strofen van dit gedicht volgt:

Ihr Freunde, hänget, wann ich gestorben bin,
die kleine Harfe hinter dem Altar auf,
wo an der Wand die Totenkränze
manches verstorbenen Mädchens schimmern.

Der Küster zeigt dann freundlich dem Reisenden
die kleine Harfe, rauscht mit dem roten Band,
das, an der Harfe festgeschlungen,
unter den goldenen Saiten flattert.

Oft, sagt er staunend, tönen im Abendrot
von selbst die Saiten, leise wie Bienenton;
die Kinder, hergelockt vom Kirchhof,
hörten’s, und sah’n, wie die Kränze bebten.

Mtsjedelov: Paganini-variaties

De Rus Mikhail Pavlovich ­Mtsjedelov was een ­briljant harpist, een belangrijke ­harpleraar en bovendien componist en arrangeur van talloze composities voor harp. Vandaag de dag is zijn artistieke nalatenschap buiten Rusland nauwelijks bekend. Dit heeft vooral te maken met de isolatie van veel musici in de ­sovjettijd, al deed Mtsjedelov zelf erg zijn best om internationale contacten te onderhouden. In zijn variaties op Niccolò Paganini’s Caprice nr. 24 (het sluitstuk van zijn 24-delige cyclus voor viool solo, gepubliceerd in 1820) creëerde hij een duizelingwekkend bouwwerk dat de mogelijkheden van de harp met veel flair en verbeelding verkent.

Godefroid: La danse des Sylphes

Félix Godefroid werd geboren in Namen, waar zijn vader een muziekschool en een theater had opgericht. Na het faillissement van het theater week de familie uit naar Frankrijk. Godefroid kreeg in eerste instantie lessen van zijn vader en broer, maar vertrok op veertienjarige leeftijd naar Parijs om aan het ­conservatorium te studeren. Hij was een groot virtuoos en werd ook wel de ‘Paganini van de harp’ genoemd. Zijn etude La danse des Sylphes (‘De dans van de luchtnimfen’) is een virtuoos stuk dat grote technische vaardigheden vraagt. 

Lemereis: Me•de•a

Anne-Maartje Lemereis, de vijfde Componist des Vader­lands, was vier jaar toen ze haar eerste muziekstuk schreef en daarna is ze nooit meer opgehouden. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde ze piano en compositie en inmiddels werkt ze er als docent. Ze wil haar studenten duidelijk maken dat componeren ook een ambacht is. ‘Nog steeds heerst het idee van de componist op een zolderkamertje, wachtend op goddelijke inspiratie. Zo werkt het niet. Dan zou ik hooguit twee keer per jaar een goed stuk schrijven.’ 

Ze componeerde Me•de•a speciaal voor Joost Willemze: ‘Medea is een tovenares in de Griekse mythologie die uit wraak op haar man – die haar verlaat voor een prinses – niet alleen die prinses en haar vader, maar ook hun eigen zoontjes vermoordt. Een onwaarschijnlijk gruwelijke daad, die in de loop der eeuwen op allerlei manieren verteld en geïnterpreteerd is. Joost heeft een grote liefde voor Griekse mythologie en het verhaal van Medea heeft mij altijd gefascineerd, dus hiermee breng ik onze beide liefdes samen. Ik probeer in de muziek geen nieuw inzicht te geven in dit veelbesproken verhaal, maar ik probeer de groeiende wanhoop en woede van Medea te verklanken. De letters uit haar naam vormen het muzikale basismateriaal – e/d/a – en vanuit dat onschuldige motief ontvouwt zich Medea’s steeds explosievere muziek.’

Holliger: Praeludium, Arioso und Passacaglia

De Zwitserse componist, dirigent en hoboïst Heinz Holliger studeerde compositie bij onder anderen Pierre Boulez. Hij was actief als hobosolist en als duo met wijlen zijn echtgenote, de harpiste Ursula Holliger, voor wie hij veel composities schreef. Ook zijn Präludium, Arioso und Passacaglia droeg hij aan haar op. Hoewel de titels van de drie onder­delen doen denken aan barokmuziek, is de muziek slechts licht verwant aan de barokvormen. In het Präludium zorgt het onafhankelijke gebruik van beide handen voor een wereld van contrasten. Het Arioso moet zeer langzaam gespeeld worden en geeft het idee van een ‘Lied ohne Worte’. De ­Passacaglia is een serie van 25 variaties op een passacaglia van 5 noten; c, d, es, c en a, oftewel U(t), R(e), (e)S, U(t), La: Ursula!  

Renié: Pièce symphonique

De Franse harpiste Henriette Renié begon al op tienjarige leeftijd met haar studie aan het conservatorium van Parijs. Ze was zo’n groot talent dat ze al op twaalfjarige leeftijd les ging geven aan leerlingen die vaak twee keer zo oud waren als zij, en een jaar later deed ze eindexamen. Haar spel inspireerde componisten als Maurice Ravel en Claude Debussy om stukken voor harp te componeren. Zelf studeerde ze compositie bij onder anderen Jules Massenet. Haar carrière verliep vanwege haar geloof niet altijd even makkelijk; omdat ze een tegenstander was van de scheiding van kerk en staat hield de Franse regering haar benoeming tot docent aan het Parijse conservatorium tegen. Toen ze aan het eind van haar leven alsnog gevraagd werd weigerde ze, omdat ze ouder was dan Marcel Tournier, die ze zou opvolgen.
In 1907 componeerde Renié haar Pièce symphonique en trois épisodes. In dit stuk laat ze zien hoeveel verschillende kleuren de harp kan hebben, bijna als een orkest. In drie episodes gidst dit stuk de luisteraar door verschillende stadia van rouw. Het begint als een treurmars, maar in het derde deel klinkt een hoopvolle, glorieuze melodie: ‘Het verdriet is niet verdwenen maar de gedachte aan toekomstige hoop verandert het.’

Tournier: Images suite nr. 3

Harpist en componist Marcel Tournier leidde in de bijna veertig jaar dat hij harpdocent aan het conservatorium van Parijs was twee generaties harpisten op. Hij componeerde veel belangrijk solorepertoire voor de harp en vergrootte de technische en harmonische mogelijkheden van het instrument. Hij componeerde vier suites van ‘images’, stukken in Arabische sfeer. De Images hebben zowel impressionistische als exotische elementen, geïnspireerd op het landschap, de natuur en de beeldende kunsten. Images suite nr. 3 schetst magische beelden van Tunesië, in die tijd een kolonie van Frankrijk. Het eerste deel schildert grijze ezels op de route van El-Azib, het tweede deel heeft als inspiratiebron een danseres bij de fontein van Ain-Draham en het laatste deel beeldt een feestavond in Sedjenane uit. Tournier laat de harp klinken in een breed scala aan emoties en beelden en neemt zo de luisteraar mee op een muzikale reis naar een andere wereld.

Bach: Toccata en fuga

Dit harprecital begint met misschien wel het ­bekendste orgelwerk van Johann ­Sebastian Bach, de Toccata en fu­ga in d klein. Bach ‘recyclede’ veel van zijn eigen werken en bewerkte stukken van onder anderen Vivaldi. Hij zou er vast niets op tegen hebben gehad dat dit majestueuze orgelwerk voor harp bewerkt zou worden. Het stuk krijgt door de intiemere setting natuurlijk een hele andere klankkleur. Deze Toccata en fuga van Bach werd uitgevoerd door grote musici als Mendelssohn, Schumann en Liszt, maar werd wereldberoemd doordat Walt Disney Stokowski’s orkestbewerking uit 1927 opnam in de film Fantasia. Een toccata (van het Italiaanse woord ‘toccare’: aanraken) is een virtuoze instrumentale compositie zonder vaste vorm. Een fuga (‘fugere’ is Latijn voor vluchten) heeft daarentegen een heel duidelijke structuur, met als basis imiterende stemmen. 

Hindemith: Sonate

Paul Hindemith was een Duitse componist, altviolist, pedagoog, theoreticus en dirigent. Toen de nazi’s in 1936 zijn werk als ­‘Entartete Kunst’ bestempelden week hij eerst uit naar Zwitserland en later naar Amerika. Zijn stijl evolueerde in de loop der decennia van laatromantisch naar expressionistisch, maar hij bleef de principes van het neoclassicisme altijd trouw. Na een periode die we kunnen scharen onder de ‘nieuwe zakelijkheid’ groeide aan het begin van de jaren dertig bij Hindemith sympathie voor een meer gevoelsmatige benadering van muziek – met een melodieuzere componeerstijl tot gevolg. Zijn Harpsonate is romantisch van natuur, maar klassiek van structuur. Het derde deel, Lied, wordt voorafgegaan door een gedicht van de achttiende-eeuwse dichter Ludwig Hölty: ‘Vrienden, als ik gestorven ben, hang dan de kleine harp achter het altaar…’ De klanken van de harp echoën in de kerk met een melodie die de strofen van dit gedicht volgt:

Ihr Freunde, hänget, wann ich gestorben bin,
die kleine Harfe hinter dem Altar auf,
wo an der Wand die Totenkränze
manches verstorbenen Mädchens schimmern.

Der Küster zeigt dann freundlich dem Reisenden
die kleine Harfe, rauscht mit dem roten Band,
das, an der Harfe festgeschlungen,
unter den goldenen Saiten flattert.

Oft, sagt er staunend, tönen im Abendrot
von selbst die Saiten, leise wie Bienenton;
die Kinder, hergelockt vom Kirchhof,
hörten’s, und sah’n, wie die Kränze bebten.

Mtsjedelov: Paganini-variaties

De Rus Mikhail Pavlovich ­Mtsjedelov was een ­briljant harpist, een belangrijke ­harpleraar en bovendien componist en arrangeur van talloze composities voor harp. Vandaag de dag is zijn artistieke nalatenschap buiten Rusland nauwelijks bekend. Dit heeft vooral te maken met de isolatie van veel musici in de ­sovjettijd, al deed Mtsjedelov zelf erg zijn best om internationale contacten te onderhouden. In zijn variaties op Niccolò Paganini’s Caprice nr. 24 (het sluitstuk van zijn 24-delige cyclus voor viool solo, gepubliceerd in 1820) creëerde hij een duizelingwekkend bouwwerk dat de mogelijkheden van de harp met veel flair en verbeelding verkent.

Godefroid: La danse des Sylphes

Félix Godefroid werd geboren in Namen, waar zijn vader een muziekschool en een theater had opgericht. Na het faillissement van het theater week de familie uit naar Frankrijk. Godefroid kreeg in eerste instantie lessen van zijn vader en broer, maar vertrok op veertienjarige leeftijd naar Parijs om aan het ­conservatorium te studeren. Hij was een groot virtuoos en werd ook wel de ‘Paganini van de harp’ genoemd. Zijn etude La danse des Sylphes (‘De dans van de luchtnimfen’) is een virtuoos stuk dat grote technische vaardigheden vraagt. 

Lemereis: Me•de•a

Anne-Maartje Lemereis, de vijfde Componist des Vader­lands, was vier jaar toen ze haar eerste muziekstuk schreef en daarna is ze nooit meer opgehouden. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde ze piano en compositie en inmiddels werkt ze er als docent. Ze wil haar studenten duidelijk maken dat componeren ook een ambacht is. ‘Nog steeds heerst het idee van de componist op een zolderkamertje, wachtend op goddelijke inspiratie. Zo werkt het niet. Dan zou ik hooguit twee keer per jaar een goed stuk schrijven.’ 

Ze componeerde Me•de•a speciaal voor Joost Willemze: ‘Medea is een tovenares in de Griekse mythologie die uit wraak op haar man – die haar verlaat voor een prinses – niet alleen die prinses en haar vader, maar ook hun eigen zoontjes vermoordt. Een onwaarschijnlijk gruwelijke daad, die in de loop der eeuwen op allerlei manieren verteld en geïnterpreteerd is. Joost heeft een grote liefde voor Griekse mythologie en het verhaal van Medea heeft mij altijd gefascineerd, dus hiermee breng ik onze beide liefdes samen. Ik probeer in de muziek geen nieuw inzicht te geven in dit veelbesproken verhaal, maar ik probeer de groeiende wanhoop en woede van Medea te verklanken. De letters uit haar naam vormen het muzikale basismateriaal – e/d/a – en vanuit dat onschuldige motief ontvouwt zich Medea’s steeds explosievere muziek.’

Holliger: Praeludium, Arioso und Passacaglia

De Zwitserse componist, dirigent en hoboïst Heinz Holliger studeerde compositie bij onder anderen Pierre Boulez. Hij was actief als hobosolist en als duo met wijlen zijn echtgenote, de harpiste Ursula Holliger, voor wie hij veel composities schreef. Ook zijn Präludium, Arioso und Passacaglia droeg hij aan haar op. Hoewel de titels van de drie onder­delen doen denken aan barokmuziek, is de muziek slechts licht verwant aan de barokvormen. In het Präludium zorgt het onafhankelijke gebruik van beide handen voor een wereld van contrasten. Het Arioso moet zeer langzaam gespeeld worden en geeft het idee van een ‘Lied ohne Worte’. De ­Passacaglia is een serie van 25 variaties op een passacaglia van 5 noten; c, d, es, c en a, oftewel U(t), R(e), (e)S, U(t), La: Ursula!  

Renié: Pièce symphonique

De Franse harpiste Henriette Renié begon al op tienjarige leeftijd met haar studie aan het conservatorium van Parijs. Ze was zo’n groot talent dat ze al op twaalfjarige leeftijd les ging geven aan leerlingen die vaak twee keer zo oud waren als zij, en een jaar later deed ze eindexamen. Haar spel inspireerde componisten als Maurice Ravel en Claude Debussy om stukken voor harp te componeren. Zelf studeerde ze compositie bij onder anderen Jules Massenet. Haar carrière verliep vanwege haar geloof niet altijd even makkelijk; omdat ze een tegenstander was van de scheiding van kerk en staat hield de Franse regering haar benoeming tot docent aan het Parijse conservatorium tegen. Toen ze aan het eind van haar leven alsnog gevraagd werd weigerde ze, omdat ze ouder was dan Marcel Tournier, die ze zou opvolgen.
In 1907 componeerde Renié haar Pièce symphonique en trois épisodes. In dit stuk laat ze zien hoeveel verschillende kleuren de harp kan hebben, bijna als een orkest. In drie episodes gidst dit stuk de luisteraar door verschillende stadia van rouw. Het begint als een treurmars, maar in het derde deel klinkt een hoopvolle, glorieuze melodie: ‘Het verdriet is niet verdwenen maar de gedachte aan toekomstige hoop verandert het.’

Tournier: Images suite nr. 3

Harpist en componist Marcel Tournier leidde in de bijna veertig jaar dat hij harpdocent aan het conservatorium van Parijs was twee generaties harpisten op. Hij componeerde veel belangrijk solorepertoire voor de harp en vergrootte de technische en harmonische mogelijkheden van het instrument. Hij componeerde vier suites van ‘images’, stukken in Arabische sfeer. De Images hebben zowel impressionistische als exotische elementen, geïnspireerd op het landschap, de natuur en de beeldende kunsten. Images suite nr. 3 schetst magische beelden van Tunesië, in die tijd een kolonie van Frankrijk. Het eerste deel schildert grijze ezels op de route van El-Azib, het tweede deel heeft als inspiratiebron een danseres bij de fontein van Ain-Draham en het laatste deel beeldt een feestavond in Sedjenane uit. Tournier laat de harp klinken in een breed scala aan emoties en beelden en neemt zo de luisteraar mee op een muzikale reis naar een andere wereld.

door Marike Tuin

Toelichting

door Marike Tuin

Bach: Toccata en fuga

Dit harprecital begint met misschien wel het ­bekendste orgelwerk van Johann ­Sebastian Bach, de Toccata en fu­ga in d klein. Bach ‘recyclede’ veel van zijn eigen werken en bewerkte stukken van onder anderen Vivaldi. Hij zou er vast niets op tegen hebben gehad dat dit majestueuze orgelwerk voor harp bewerkt zou worden. Het stuk krijgt door de intiemere setting natuurlijk een hele andere klankkleur. Deze Toccata en fuga van Bach werd uitgevoerd door grote musici als Mendelssohn, Schumann en Liszt, maar werd wereldberoemd doordat Walt Disney Stokowski’s orkestbewerking uit 1927 opnam in de film Fantasia. Een toccata (van het Italiaanse woord ‘toccare’: aanraken) is een virtuoze instrumentale compositie zonder vaste vorm. Een fuga (‘fugere’ is Latijn voor vluchten) heeft daarentegen een heel duidelijke structuur, met als basis imiterende stemmen. 

Hindemith: Sonate

Paul Hindemith was een Duitse componist, altviolist, pedagoog, theoreticus en dirigent. Toen de nazi’s in 1936 zijn werk als ­‘Entartete Kunst’ bestempelden week hij eerst uit naar Zwitserland en later naar Amerika. Zijn stijl evolueerde in de loop der decennia van laatromantisch naar expressionistisch, maar hij bleef de principes van het neoclassicisme altijd trouw. Na een periode die we kunnen scharen onder de ‘nieuwe zakelijkheid’ groeide aan het begin van de jaren dertig bij Hindemith sympathie voor een meer gevoelsmatige benadering van muziek – met een melodieuzere componeerstijl tot gevolg. Zijn Harpsonate is romantisch van natuur, maar klassiek van structuur. Het derde deel, Lied, wordt voorafgegaan door een gedicht van de achttiende-eeuwse dichter Ludwig Hölty: ‘Vrienden, als ik gestorven ben, hang dan de kleine harp achter het altaar…’ De klanken van de harp echoën in de kerk met een melodie die de strofen van dit gedicht volgt:

Ihr Freunde, hänget, wann ich gestorben bin,
die kleine Harfe hinter dem Altar auf,
wo an der Wand die Totenkränze
manches verstorbenen Mädchens schimmern.

Der Küster zeigt dann freundlich dem Reisenden
die kleine Harfe, rauscht mit dem roten Band,
das, an der Harfe festgeschlungen,
unter den goldenen Saiten flattert.

Oft, sagt er staunend, tönen im Abendrot
von selbst die Saiten, leise wie Bienenton;
die Kinder, hergelockt vom Kirchhof,
hörten’s, und sah’n, wie die Kränze bebten.

Mtsjedelov: Paganini-variaties

De Rus Mikhail Pavlovich ­Mtsjedelov was een ­briljant harpist, een belangrijke ­harpleraar en bovendien componist en arrangeur van talloze composities voor harp. Vandaag de dag is zijn artistieke nalatenschap buiten Rusland nauwelijks bekend. Dit heeft vooral te maken met de isolatie van veel musici in de ­sovjettijd, al deed Mtsjedelov zelf erg zijn best om internationale contacten te onderhouden. In zijn variaties op Niccolò Paganini’s Caprice nr. 24 (het sluitstuk van zijn 24-delige cyclus voor viool solo, gepubliceerd in 1820) creëerde hij een duizelingwekkend bouwwerk dat de mogelijkheden van de harp met veel flair en verbeelding verkent.

Godefroid: La danse des Sylphes

Félix Godefroid werd geboren in Namen, waar zijn vader een muziekschool en een theater had opgericht. Na het faillissement van het theater week de familie uit naar Frankrijk. Godefroid kreeg in eerste instantie lessen van zijn vader en broer, maar vertrok op veertienjarige leeftijd naar Parijs om aan het ­conservatorium te studeren. Hij was een groot virtuoos en werd ook wel de ‘Paganini van de harp’ genoemd. Zijn etude La danse des Sylphes (‘De dans van de luchtnimfen’) is een virtuoos stuk dat grote technische vaardigheden vraagt. 

Lemereis: Me•de•a

Anne-Maartje Lemereis, de vijfde Componist des Vader­lands, was vier jaar toen ze haar eerste muziekstuk schreef en daarna is ze nooit meer opgehouden. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde ze piano en compositie en inmiddels werkt ze er als docent. Ze wil haar studenten duidelijk maken dat componeren ook een ambacht is. ‘Nog steeds heerst het idee van de componist op een zolderkamertje, wachtend op goddelijke inspiratie. Zo werkt het niet. Dan zou ik hooguit twee keer per jaar een goed stuk schrijven.’ 

Ze componeerde Me•de•a speciaal voor Joost Willemze: ‘Medea is een tovenares in de Griekse mythologie die uit wraak op haar man – die haar verlaat voor een prinses – niet alleen die prinses en haar vader, maar ook hun eigen zoontjes vermoordt. Een onwaarschijnlijk gruwelijke daad, die in de loop der eeuwen op allerlei manieren verteld en geïnterpreteerd is. Joost heeft een grote liefde voor Griekse mythologie en het verhaal van Medea heeft mij altijd gefascineerd, dus hiermee breng ik onze beide liefdes samen. Ik probeer in de muziek geen nieuw inzicht te geven in dit veelbesproken verhaal, maar ik probeer de groeiende wanhoop en woede van Medea te verklanken. De letters uit haar naam vormen het muzikale basismateriaal – e/d/a – en vanuit dat onschuldige motief ontvouwt zich Medea’s steeds explosievere muziek.’

Holliger: Praeludium, Arioso und Passacaglia

De Zwitserse componist, dirigent en hoboïst Heinz Holliger studeerde compositie bij onder anderen Pierre Boulez. Hij was actief als hobosolist en als duo met wijlen zijn echtgenote, de harpiste Ursula Holliger, voor wie hij veel composities schreef. Ook zijn Präludium, Arioso und Passacaglia droeg hij aan haar op. Hoewel de titels van de drie onder­delen doen denken aan barokmuziek, is de muziek slechts licht verwant aan de barokvormen. In het Präludium zorgt het onafhankelijke gebruik van beide handen voor een wereld van contrasten. Het Arioso moet zeer langzaam gespeeld worden en geeft het idee van een ‘Lied ohne Worte’. De ­Passacaglia is een serie van 25 variaties op een passacaglia van 5 noten; c, d, es, c en a, oftewel U(t), R(e), (e)S, U(t), La: Ursula!  

Renié: Pièce symphonique

De Franse harpiste Henriette Renié begon al op tienjarige leeftijd met haar studie aan het conservatorium van Parijs. Ze was zo’n groot talent dat ze al op twaalfjarige leeftijd les ging geven aan leerlingen die vaak twee keer zo oud waren als zij, en een jaar later deed ze eindexamen. Haar spel inspireerde componisten als Maurice Ravel en Claude Debussy om stukken voor harp te componeren. Zelf studeerde ze compositie bij onder anderen Jules Massenet. Haar carrière verliep vanwege haar geloof niet altijd even makkelijk; omdat ze een tegenstander was van de scheiding van kerk en staat hield de Franse regering haar benoeming tot docent aan het Parijse conservatorium tegen. Toen ze aan het eind van haar leven alsnog gevraagd werd weigerde ze, omdat ze ouder was dan Marcel Tournier, die ze zou opvolgen.
In 1907 componeerde Renié haar Pièce symphonique en trois épisodes. In dit stuk laat ze zien hoeveel verschillende kleuren de harp kan hebben, bijna als een orkest. In drie episodes gidst dit stuk de luisteraar door verschillende stadia van rouw. Het begint als een treurmars, maar in het derde deel klinkt een hoopvolle, glorieuze melodie: ‘Het verdriet is niet verdwenen maar de gedachte aan toekomstige hoop verandert het.’

Tournier: Images suite nr. 3

Harpist en componist Marcel Tournier leidde in de bijna veertig jaar dat hij harpdocent aan het conservatorium van Parijs was twee generaties harpisten op. Hij componeerde veel belangrijk solorepertoire voor de harp en vergrootte de technische en harmonische mogelijkheden van het instrument. Hij componeerde vier suites van ‘images’, stukken in Arabische sfeer. De Images hebben zowel impressionistische als exotische elementen, geïnspireerd op het landschap, de natuur en de beeldende kunsten. Images suite nr. 3 schetst magische beelden van Tunesië, in die tijd een kolonie van Frankrijk. Het eerste deel schildert grijze ezels op de route van El-Azib, het tweede deel heeft als inspiratiebron een danseres bij de fontein van Ain-Draham en het laatste deel beeldt een feestavond in Sedjenane uit. Tournier laat de harp klinken in een breed scala aan emoties en beelden en neemt zo de luisteraar mee op een muzikale reis naar een andere wereld.

Bach: Toccata en fuga

Dit harprecital begint met misschien wel het ­bekendste orgelwerk van Johann ­Sebastian Bach, de Toccata en fu­ga in d klein. Bach ‘recyclede’ veel van zijn eigen werken en bewerkte stukken van onder anderen Vivaldi. Hij zou er vast niets op tegen hebben gehad dat dit majestueuze orgelwerk voor harp bewerkt zou worden. Het stuk krijgt door de intiemere setting natuurlijk een hele andere klankkleur. Deze Toccata en fuga van Bach werd uitgevoerd door grote musici als Mendelssohn, Schumann en Liszt, maar werd wereldberoemd doordat Walt Disney Stokowski’s orkestbewerking uit 1927 opnam in de film Fantasia. Een toccata (van het Italiaanse woord ‘toccare’: aanraken) is een virtuoze instrumentale compositie zonder vaste vorm. Een fuga (‘fugere’ is Latijn voor vluchten) heeft daarentegen een heel duidelijke structuur, met als basis imiterende stemmen. 

Hindemith: Sonate

Paul Hindemith was een Duitse componist, altviolist, pedagoog, theoreticus en dirigent. Toen de nazi’s in 1936 zijn werk als ­‘Entartete Kunst’ bestempelden week hij eerst uit naar Zwitserland en later naar Amerika. Zijn stijl evolueerde in de loop der decennia van laatromantisch naar expressionistisch, maar hij bleef de principes van het neoclassicisme altijd trouw. Na een periode die we kunnen scharen onder de ‘nieuwe zakelijkheid’ groeide aan het begin van de jaren dertig bij Hindemith sympathie voor een meer gevoelsmatige benadering van muziek – met een melodieuzere componeerstijl tot gevolg. Zijn Harpsonate is romantisch van natuur, maar klassiek van structuur. Het derde deel, Lied, wordt voorafgegaan door een gedicht van de achttiende-eeuwse dichter Ludwig Hölty: ‘Vrienden, als ik gestorven ben, hang dan de kleine harp achter het altaar…’ De klanken van de harp echoën in de kerk met een melodie die de strofen van dit gedicht volgt:

Ihr Freunde, hänget, wann ich gestorben bin,
die kleine Harfe hinter dem Altar auf,
wo an der Wand die Totenkränze
manches verstorbenen Mädchens schimmern.

Der Küster zeigt dann freundlich dem Reisenden
die kleine Harfe, rauscht mit dem roten Band,
das, an der Harfe festgeschlungen,
unter den goldenen Saiten flattert.

Oft, sagt er staunend, tönen im Abendrot
von selbst die Saiten, leise wie Bienenton;
die Kinder, hergelockt vom Kirchhof,
hörten’s, und sah’n, wie die Kränze bebten.

Mtsjedelov: Paganini-variaties

De Rus Mikhail Pavlovich ­Mtsjedelov was een ­briljant harpist, een belangrijke ­harpleraar en bovendien componist en arrangeur van talloze composities voor harp. Vandaag de dag is zijn artistieke nalatenschap buiten Rusland nauwelijks bekend. Dit heeft vooral te maken met de isolatie van veel musici in de ­sovjettijd, al deed Mtsjedelov zelf erg zijn best om internationale contacten te onderhouden. In zijn variaties op Niccolò Paganini’s Caprice nr. 24 (het sluitstuk van zijn 24-delige cyclus voor viool solo, gepubliceerd in 1820) creëerde hij een duizelingwekkend bouwwerk dat de mogelijkheden van de harp met veel flair en verbeelding verkent.

Godefroid: La danse des Sylphes

Félix Godefroid werd geboren in Namen, waar zijn vader een muziekschool en een theater had opgericht. Na het faillissement van het theater week de familie uit naar Frankrijk. Godefroid kreeg in eerste instantie lessen van zijn vader en broer, maar vertrok op veertienjarige leeftijd naar Parijs om aan het ­conservatorium te studeren. Hij was een groot virtuoos en werd ook wel de ‘Paganini van de harp’ genoemd. Zijn etude La danse des Sylphes (‘De dans van de luchtnimfen’) is een virtuoos stuk dat grote technische vaardigheden vraagt. 

Lemereis: Me•de•a

Anne-Maartje Lemereis, de vijfde Componist des Vader­lands, was vier jaar toen ze haar eerste muziekstuk schreef en daarna is ze nooit meer opgehouden. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde ze piano en compositie en inmiddels werkt ze er als docent. Ze wil haar studenten duidelijk maken dat componeren ook een ambacht is. ‘Nog steeds heerst het idee van de componist op een zolderkamertje, wachtend op goddelijke inspiratie. Zo werkt het niet. Dan zou ik hooguit twee keer per jaar een goed stuk schrijven.’ 

Ze componeerde Me•de•a speciaal voor Joost Willemze: ‘Medea is een tovenares in de Griekse mythologie die uit wraak op haar man – die haar verlaat voor een prinses – niet alleen die prinses en haar vader, maar ook hun eigen zoontjes vermoordt. Een onwaarschijnlijk gruwelijke daad, die in de loop der eeuwen op allerlei manieren verteld en geïnterpreteerd is. Joost heeft een grote liefde voor Griekse mythologie en het verhaal van Medea heeft mij altijd gefascineerd, dus hiermee breng ik onze beide liefdes samen. Ik probeer in de muziek geen nieuw inzicht te geven in dit veelbesproken verhaal, maar ik probeer de groeiende wanhoop en woede van Medea te verklanken. De letters uit haar naam vormen het muzikale basismateriaal – e/d/a – en vanuit dat onschuldige motief ontvouwt zich Medea’s steeds explosievere muziek.’

Holliger: Praeludium, Arioso und Passacaglia

De Zwitserse componist, dirigent en hoboïst Heinz Holliger studeerde compositie bij onder anderen Pierre Boulez. Hij was actief als hobosolist en als duo met wijlen zijn echtgenote, de harpiste Ursula Holliger, voor wie hij veel composities schreef. Ook zijn Präludium, Arioso und Passacaglia droeg hij aan haar op. Hoewel de titels van de drie onder­delen doen denken aan barokmuziek, is de muziek slechts licht verwant aan de barokvormen. In het Präludium zorgt het onafhankelijke gebruik van beide handen voor een wereld van contrasten. Het Arioso moet zeer langzaam gespeeld worden en geeft het idee van een ‘Lied ohne Worte’. De ­Passacaglia is een serie van 25 variaties op een passacaglia van 5 noten; c, d, es, c en a, oftewel U(t), R(e), (e)S, U(t), La: Ursula!  

Renié: Pièce symphonique

De Franse harpiste Henriette Renié begon al op tienjarige leeftijd met haar studie aan het conservatorium van Parijs. Ze was zo’n groot talent dat ze al op twaalfjarige leeftijd les ging geven aan leerlingen die vaak twee keer zo oud waren als zij, en een jaar later deed ze eindexamen. Haar spel inspireerde componisten als Maurice Ravel en Claude Debussy om stukken voor harp te componeren. Zelf studeerde ze compositie bij onder anderen Jules Massenet. Haar carrière verliep vanwege haar geloof niet altijd even makkelijk; omdat ze een tegenstander was van de scheiding van kerk en staat hield de Franse regering haar benoeming tot docent aan het Parijse conservatorium tegen. Toen ze aan het eind van haar leven alsnog gevraagd werd weigerde ze, omdat ze ouder was dan Marcel Tournier, die ze zou opvolgen.
In 1907 componeerde Renié haar Pièce symphonique en trois épisodes. In dit stuk laat ze zien hoeveel verschillende kleuren de harp kan hebben, bijna als een orkest. In drie episodes gidst dit stuk de luisteraar door verschillende stadia van rouw. Het begint als een treurmars, maar in het derde deel klinkt een hoopvolle, glorieuze melodie: ‘Het verdriet is niet verdwenen maar de gedachte aan toekomstige hoop verandert het.’

Tournier: Images suite nr. 3

Harpist en componist Marcel Tournier leidde in de bijna veertig jaar dat hij harpdocent aan het conservatorium van Parijs was twee generaties harpisten op. Hij componeerde veel belangrijk solorepertoire voor de harp en vergrootte de technische en harmonische mogelijkheden van het instrument. Hij componeerde vier suites van ‘images’, stukken in Arabische sfeer. De Images hebben zowel impressionistische als exotische elementen, geïnspireerd op het landschap, de natuur en de beeldende kunsten. Images suite nr. 3 schetst magische beelden van Tunesië, in die tijd een kolonie van Frankrijk. Het eerste deel schildert grijze ezels op de route van El-Azib, het tweede deel heeft als inspiratiebron een danseres bij de fontein van Ain-Draham en het laatste deel beeldt een feestavond in Sedjenane uit. Tournier laat de harp klinken in een breed scala aan emoties en beelden en neemt zo de luisteraar mee op een muzikale reis naar een andere wereld.

door Marike Tuin

Biografie

Joost Willemze, harp

Joost Willemze speelt harp sinds zijn zevende en werd in 2008 aan de Academie Muzikaal Talent leerling van Erika Waardenburg en Edward Witsenburg. In 2010 was hij live op televisie tijdens het Kinderprinsengrachtconcert en op zijn zestiende won hij de nationale finale van het Prinses Christina Concours.

In 2017 won hij de International Harp Competition in Porto en een jaar later het Italiaanse concours Suoni d’Arpa, nog voordat hij in 2021 zijn ­masterdiploma behaalde aan het Conservatorium van Amsterdam.

Laureaat werd hij ook op de International Harp Competition in Wales, de Gerswhin Competition in New York, het Concours Godefroid in Tournai, de Reinl Wettbewerb in München, het Bertold Hummel Concours in Würzburg en de Korea International Harp Competition in Seoul.

Toen Joost Willemze in 2023 Dutch Classical Talent won, prees de jury zijn spel als ‘harp next level’. In de zomer van 2023 won de ­harpist bovendien de Grachtenfestival Prijs, waarmee hij in 2024 artist in residence van het festival werd. Orkestervaring deed hij op in het Nationaal Jeugdorkest, het European Union Youth Orchestra, het Nederlands Philharmonisch, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Orchestre de la Suisse Romande. De afgelopen tijd speelde Joost Willemze onder meer op het Dutch Harp Festival, het Schiermonnik­oogfestival, het Stiftfestival, Wonderfeel en het Rio Harp Festival in Brazilië.

In Het Zondagochtend Concert van 10 december 2023 debuteerde hij in de ­Grote Zaal van Het Concertgebouw, bij het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Stéphane Denève in Debussy’s Danse sacrée et danse profane. Zijn Kleine Zaal-debuut volgde op 11 april 2024 in een Close-up-concert ron­dom composer in residence Ellen Reid, samen met ­musici van het Concertgebouworkest.