
Concertprogramma
Meesters op de Gitaar: Petra Poláčková
Kleine Zaal 05 april 2025 20.15 uur
Petra Poláčková gitaar
Dit concert maakt deel uit van de serie Meesters op de Gitaar.
Luys de Narváez (ca. 1500-1550/60)
Canción del emperador (jaartal onbekend)
John Dowland (1563-1626)
Lachrimae, P 15 (publ. 1604)
oorspronkelijk voor luit
Francesco da Milano (1497-1543)
La compagna (jaartal onbekend)
John Dowland
Fantasia, P 73 ‘Tremolo’ (jaartal onbekend)
oorspronkelijk voor luit
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Prelude
uit ‘Partita in c kl.t.’, BWV 997 (1738-41)
oorspronkelijk voor luit
Chaconne
uit ‘Partita nr. 2 in d kl.t.’, BWV 1004 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo
pauze ± 20.55 uur
Joseph Kaspar Mertz (1806-1856)
Ständchen
Lob der Thränen
Liebesbotschaft
Aufenthalt
uit ‘Sechs Schubert’sche Lieder’ (1845)
Fantaisie originale
Fantaisie hongroise
uit ‘Trois morceaux’, op. 65 (jaartal onbekend)
einde ± 22.00 uur
Petra Poláčková gitaar
Dit concert maakt deel uit van de serie Meesters op de Gitaar.
Luys de Narváez (ca. 1500-1550/60)
Canción del emperador (jaartal onbekend)
John Dowland (1563-1626)
Lachrimae, P 15 (publ. 1604)
oorspronkelijk voor luit
Francesco da Milano (1497-1543)
La compagna (jaartal onbekend)
John Dowland
Fantasia, P 73 ‘Tremolo’ (jaartal onbekend)
oorspronkelijk voor luit
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Prelude
uit ‘Partita in c kl.t.’, BWV 997 (1738-41)
oorspronkelijk voor luit
Chaconne
uit ‘Partita nr. 2 in d kl.t.’, BWV 1004 (1720)
oorspronkelijk voor viool solo
pauze ± 20.55 uur
Joseph Kaspar Mertz (1806-1856)
Ständchen
Lob der Thränen
Liebesbotschaft
Aufenthalt
uit ‘Sechs Schubert’sche Lieder’ (1845)
Fantaisie originale
Fantaisie hongroise
uit ‘Trois morceaux’, op. 65 (jaartal onbekend)
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Toelichting
De Tsjechische gitariste Petra Poláčková vertolkt werken die de Renaissance, de Barok en de Romantiek omspannen. De vroegste stukken zijn van de Italiaanse luitspeler Francesco Canova da Milano, verbonden aan het pauselijke hof, en Luys de Narváez, die als componist en bespeler van de vihuela actief was aan het hof van Karel V en kroonprins Philips, de latere Spaanse koning Philips II. Centraal staan twee werken van Johann Sebastian Bach, waarna ze eindigt met repertoire uit de Romantiek van Franz Schubert en Joseph Kaspar Mertz. Naast de klassieke gitaar bespeelt ze geregeld gitaren met twee en drie extra open bassnaren, gebouwd door Jan Tuláček, een Tsjechische instrumentbouwer die gespecialiseerd is in replica’s van gitaren uit de negentiende eeuw.
Renaissance
Canción del emperador is een bewerking die Luys de Narváez in de eerste helft van de zestiende eeuw voor vihuela (een als luit gestemde gitaar) maakte van Mille regretz van Josquin Desprez (ca. 1450-1521). Als favoriete compositie van keizer Karel V stond dit chanson ook bekend als ‘het lied van de keizer’. Geholpen door de betrekkelijk eenvoudige structuur van deze compositie kon Narváez in zijn arrangement de meerstemmige lijnen van het origineel getrouw volgen.
Dowlands Flow My Tears begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken
De naam van de belangrijkste Engelse componist voor luitmuziek John Dowland is onverbrekelijk verbonden met zijn Lachrimae, werken vol treurnis in de vorm van de pavane, een langzame hofdans die geliefd was in de Renaissance. De eerste van deze ‘tranen’ schreef hij voor luit in 1596. Vier jaar later maakte hij een versie voor luit en stem, Flow My Tears, dat tot op heden geldt als Dowlands meest bekende en geliefde compositie. Het begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken waaraan de titel refereert. Dowlands Fantasia ‘Tremolo’ is vernoemd naar de herhaalde noten in de begeleiding tegen het einde van het stuk. ‘Fantasies’ waren werken waarin de componist zijn verbeelding de vrije teugel gaf, zonder gebonden te zijn aan strikte regels. Francesco da Milano, die tot na zijn dood gold als een van de belangrijkste componisten voor luit in zijn tijd, schreef La compagna mogelijk voor een geliefde.
Barok
De Prelude uit Bachs Partita in c klein voor luit dient vanavond als inleiding tot de Chaconne, het lange, laatste deel van diens Tweede partita in d klein voor viool. In zijn oorspronkelijke vorm is het muziek die hoogten en diepten van emotie aftast in de expressiviteit en het vuur die mogelijk zijn op de viool. De klassieke gitaar mist die uitersten in expressie, met name de felheid die violisten met hun streek kunnen uitdrukken. Poláčková compenseert dat door een diep doorvoelde inleving, zeker wanneer de stillere, melancholieke passages vragen om ingetogenheid. Als de muziek een hoger tempo krijgt en melodie en tegenstemmen een complex patroon vormen, wordt een flink beroep gedaan op haar virtuositeit en haar vermogen om polyfonie uit te lichten.
Romantiek
Na de pauze klinkt het romantische repertoire van gitarist en componist Joseph Kaspar Mertz, inclusief bewerkingen die hij voor gitaar maakte van liederen van Franz Schubert. Poláčková speelt vier stukken uit Mertz’ bundel Sechs Schubert’sche Lieder. Ständchen, Liebesbotschaft en Aufenthalt komen uit een verzameling liederen die Schubert in het laatste jaar van zijn leven schreef, en die na zijn dood uitgegeven werden onder de titel Schwanengesang. Lob der Thränen, geschreven in 1818, is geen onderdeel van een liedcyclus. Mertz heeft de oorspronkelijke pianobegeleiding vertaald naar een beweeglijk fundament dat onder de melodielijn doorloopt. Waar zijn bewerkingen afwijken van Schuberts liederen is dat hoofdmelodie en begeleiding door één instrument vertolkt worden. Daardoor klinkt de muziek meer homogeen, terwijl Mertz het voor elkaar gekregen heeft om de zanglijn niet ten onder te laten gaan in de bewegingen die bij Schubert op de piano gespeeld worden. De helderheid van de muziek blijft te allen tijde intact.
De Tsjechische gitariste Petra Poláčková vertolkt werken die de Renaissance, de Barok en de Romantiek omspannen. De vroegste stukken zijn van de Italiaanse luitspeler Francesco Canova da Milano, verbonden aan het pauselijke hof, en Luys de Narváez, die als componist en bespeler van de vihuela actief was aan het hof van Karel V en kroonprins Philips, de latere Spaanse koning Philips II. Centraal staan twee werken van Johann Sebastian Bach, waarna ze eindigt met repertoire uit de Romantiek van Franz Schubert en Joseph Kaspar Mertz. Naast de klassieke gitaar bespeelt ze geregeld gitaren met twee en drie extra open bassnaren, gebouwd door Jan Tuláček, een Tsjechische instrumentbouwer die gespecialiseerd is in replica’s van gitaren uit de negentiende eeuw.
Renaissance
Canción del emperador is een bewerking die Luys de Narváez in de eerste helft van de zestiende eeuw voor vihuela (een als luit gestemde gitaar) maakte van Mille regretz van Josquin Desprez (ca. 1450-1521). Als favoriete compositie van keizer Karel V stond dit chanson ook bekend als ‘het lied van de keizer’. Geholpen door de betrekkelijk eenvoudige structuur van deze compositie kon Narváez in zijn arrangement de meerstemmige lijnen van het origineel getrouw volgen.
Dowlands Flow My Tears begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken
De naam van de belangrijkste Engelse componist voor luitmuziek John Dowland is onverbrekelijk verbonden met zijn Lachrimae, werken vol treurnis in de vorm van de pavane, een langzame hofdans die geliefd was in de Renaissance. De eerste van deze ‘tranen’ schreef hij voor luit in 1596. Vier jaar later maakte hij een versie voor luit en stem, Flow My Tears, dat tot op heden geldt als Dowlands meest bekende en geliefde compositie. Het begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken waaraan de titel refereert. Dowlands Fantasia ‘Tremolo’ is vernoemd naar de herhaalde noten in de begeleiding tegen het einde van het stuk. ‘Fantasies’ waren werken waarin de componist zijn verbeelding de vrije teugel gaf, zonder gebonden te zijn aan strikte regels. Francesco da Milano, die tot na zijn dood gold als een van de belangrijkste componisten voor luit in zijn tijd, schreef La compagna mogelijk voor een geliefde.
Barok
De Prelude uit Bachs Partita in c klein voor luit dient vanavond als inleiding tot de Chaconne, het lange, laatste deel van diens Tweede partita in d klein voor viool. In zijn oorspronkelijke vorm is het muziek die hoogten en diepten van emotie aftast in de expressiviteit en het vuur die mogelijk zijn op de viool. De klassieke gitaar mist die uitersten in expressie, met name de felheid die violisten met hun streek kunnen uitdrukken. Poláčková compenseert dat door een diep doorvoelde inleving, zeker wanneer de stillere, melancholieke passages vragen om ingetogenheid. Als de muziek een hoger tempo krijgt en melodie en tegenstemmen een complex patroon vormen, wordt een flink beroep gedaan op haar virtuositeit en haar vermogen om polyfonie uit te lichten.
Romantiek
Na de pauze klinkt het romantische repertoire van gitarist en componist Joseph Kaspar Mertz, inclusief bewerkingen die hij voor gitaar maakte van liederen van Franz Schubert. Poláčková speelt vier stukken uit Mertz’ bundel Sechs Schubert’sche Lieder. Ständchen, Liebesbotschaft en Aufenthalt komen uit een verzameling liederen die Schubert in het laatste jaar van zijn leven schreef, en die na zijn dood uitgegeven werden onder de titel Schwanengesang. Lob der Thränen, geschreven in 1818, is geen onderdeel van een liedcyclus. Mertz heeft de oorspronkelijke pianobegeleiding vertaald naar een beweeglijk fundament dat onder de melodielijn doorloopt. Waar zijn bewerkingen afwijken van Schuberts liederen is dat hoofdmelodie en begeleiding door één instrument vertolkt worden. Daardoor klinkt de muziek meer homogeen, terwijl Mertz het voor elkaar gekregen heeft om de zanglijn niet ten onder te laten gaan in de bewegingen die bij Schubert op de piano gespeeld worden. De helderheid van de muziek blijft te allen tijde intact.
Joseph Kaspar Mertz (jaartal en maker onbekend)
Mertz zelf komt ten slotte aan bod in de Fantaisie originale en Fantaisie hongroise, twee stukken uit zijn Trois morceaux, een jaar na zijn dood uitgegeven. Geboren in het toenmalige Pozsony (tegenwoordig Bratislava) in het Hongaarse deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, gebruikte hij in zijn eigen muziek regelmatig Hongaarse elementen, zoals in de virtuoos opgezette Fantaisie hongroise. Mertz publiceerde deze technisch veeleisende ‘fantasieën’ niet tijdens zijn leven, omdat hij geen vertrouwen had in de vaardigheden van de gitaristen uit zijn tijd. Petra Poláčková wil aantonen dat het meesterschap van de musici sindsdien een hoge vlucht genomen heeft.
Joseph Kaspar Mertz (jaartal en maker onbekend)
Mertz zelf komt ten slotte aan bod in de Fantaisie originale en Fantaisie hongroise, twee stukken uit zijn Trois morceaux, een jaar na zijn dood uitgegeven. Geboren in het toenmalige Pozsony (tegenwoordig Bratislava) in het Hongaarse deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, gebruikte hij in zijn eigen muziek regelmatig Hongaarse elementen, zoals in de virtuoos opgezette Fantaisie hongroise. Mertz publiceerde deze technisch veeleisende ‘fantasieën’ niet tijdens zijn leven, omdat hij geen vertrouwen had in de vaardigheden van de gitaristen uit zijn tijd. Petra Poláčková wil aantonen dat het meesterschap van de musici sindsdien een hoge vlucht genomen heeft.
Toelichting
De Tsjechische gitariste Petra Poláčková vertolkt werken die de Renaissance, de Barok en de Romantiek omspannen. De vroegste stukken zijn van de Italiaanse luitspeler Francesco Canova da Milano, verbonden aan het pauselijke hof, en Luys de Narváez, die als componist en bespeler van de vihuela actief was aan het hof van Karel V en kroonprins Philips, de latere Spaanse koning Philips II. Centraal staan twee werken van Johann Sebastian Bach, waarna ze eindigt met repertoire uit de Romantiek van Franz Schubert en Joseph Kaspar Mertz. Naast de klassieke gitaar bespeelt ze geregeld gitaren met twee en drie extra open bassnaren, gebouwd door Jan Tuláček, een Tsjechische instrumentbouwer die gespecialiseerd is in replica’s van gitaren uit de negentiende eeuw.
Renaissance
Canción del emperador is een bewerking die Luys de Narváez in de eerste helft van de zestiende eeuw voor vihuela (een als luit gestemde gitaar) maakte van Mille regretz van Josquin Desprez (ca. 1450-1521). Als favoriete compositie van keizer Karel V stond dit chanson ook bekend als ‘het lied van de keizer’. Geholpen door de betrekkelijk eenvoudige structuur van deze compositie kon Narváez in zijn arrangement de meerstemmige lijnen van het origineel getrouw volgen.
Dowlands Flow My Tears begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken
De naam van de belangrijkste Engelse componist voor luitmuziek John Dowland is onverbrekelijk verbonden met zijn Lachrimae, werken vol treurnis in de vorm van de pavane, een langzame hofdans die geliefd was in de Renaissance. De eerste van deze ‘tranen’ schreef hij voor luit in 1596. Vier jaar later maakte hij een versie voor luit en stem, Flow My Tears, dat tot op heden geldt als Dowlands meest bekende en geliefde compositie. Het begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken waaraan de titel refereert. Dowlands Fantasia ‘Tremolo’ is vernoemd naar de herhaalde noten in de begeleiding tegen het einde van het stuk. ‘Fantasies’ waren werken waarin de componist zijn verbeelding de vrije teugel gaf, zonder gebonden te zijn aan strikte regels. Francesco da Milano, die tot na zijn dood gold als een van de belangrijkste componisten voor luit in zijn tijd, schreef La compagna mogelijk voor een geliefde.
Barok
De Prelude uit Bachs Partita in c klein voor luit dient vanavond als inleiding tot de Chaconne, het lange, laatste deel van diens Tweede partita in d klein voor viool. In zijn oorspronkelijke vorm is het muziek die hoogten en diepten van emotie aftast in de expressiviteit en het vuur die mogelijk zijn op de viool. De klassieke gitaar mist die uitersten in expressie, met name de felheid die violisten met hun streek kunnen uitdrukken. Poláčková compenseert dat door een diep doorvoelde inleving, zeker wanneer de stillere, melancholieke passages vragen om ingetogenheid. Als de muziek een hoger tempo krijgt en melodie en tegenstemmen een complex patroon vormen, wordt een flink beroep gedaan op haar virtuositeit en haar vermogen om polyfonie uit te lichten.
Romantiek
Na de pauze klinkt het romantische repertoire van gitarist en componist Joseph Kaspar Mertz, inclusief bewerkingen die hij voor gitaar maakte van liederen van Franz Schubert. Poláčková speelt vier stukken uit Mertz’ bundel Sechs Schubert’sche Lieder. Ständchen, Liebesbotschaft en Aufenthalt komen uit een verzameling liederen die Schubert in het laatste jaar van zijn leven schreef, en die na zijn dood uitgegeven werden onder de titel Schwanengesang. Lob der Thränen, geschreven in 1818, is geen onderdeel van een liedcyclus. Mertz heeft de oorspronkelijke pianobegeleiding vertaald naar een beweeglijk fundament dat onder de melodielijn doorloopt. Waar zijn bewerkingen afwijken van Schuberts liederen is dat hoofdmelodie en begeleiding door één instrument vertolkt worden. Daardoor klinkt de muziek meer homogeen, terwijl Mertz het voor elkaar gekregen heeft om de zanglijn niet ten onder te laten gaan in de bewegingen die bij Schubert op de piano gespeeld worden. De helderheid van de muziek blijft te allen tijde intact.
De Tsjechische gitariste Petra Poláčková vertolkt werken die de Renaissance, de Barok en de Romantiek omspannen. De vroegste stukken zijn van de Italiaanse luitspeler Francesco Canova da Milano, verbonden aan het pauselijke hof, en Luys de Narváez, die als componist en bespeler van de vihuela actief was aan het hof van Karel V en kroonprins Philips, de latere Spaanse koning Philips II. Centraal staan twee werken van Johann Sebastian Bach, waarna ze eindigt met repertoire uit de Romantiek van Franz Schubert en Joseph Kaspar Mertz. Naast de klassieke gitaar bespeelt ze geregeld gitaren met twee en drie extra open bassnaren, gebouwd door Jan Tuláček, een Tsjechische instrumentbouwer die gespecialiseerd is in replica’s van gitaren uit de negentiende eeuw.
Renaissance
Canción del emperador is een bewerking die Luys de Narváez in de eerste helft van de zestiende eeuw voor vihuela (een als luit gestemde gitaar) maakte van Mille regretz van Josquin Desprez (ca. 1450-1521). Als favoriete compositie van keizer Karel V stond dit chanson ook bekend als ‘het lied van de keizer’. Geholpen door de betrekkelijk eenvoudige structuur van deze compositie kon Narváez in zijn arrangement de meerstemmige lijnen van het origineel getrouw volgen.
Dowlands Flow My Tears begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken
De naam van de belangrijkste Engelse componist voor luitmuziek John Dowland is onverbrekelijk verbonden met zijn Lachrimae, werken vol treurnis in de vorm van de pavane, een langzame hofdans die geliefd was in de Renaissance. De eerste van deze ‘tranen’ schreef hij voor luit in 1596. Vier jaar later maakte hij een versie voor luit en stem, Flow My Tears, dat tot op heden geldt als Dowlands meest bekende en geliefde compositie. Het begint met vier dalende noten die het verdriet uitdrukken waaraan de titel refereert. Dowlands Fantasia ‘Tremolo’ is vernoemd naar de herhaalde noten in de begeleiding tegen het einde van het stuk. ‘Fantasies’ waren werken waarin de componist zijn verbeelding de vrije teugel gaf, zonder gebonden te zijn aan strikte regels. Francesco da Milano, die tot na zijn dood gold als een van de belangrijkste componisten voor luit in zijn tijd, schreef La compagna mogelijk voor een geliefde.
Barok
De Prelude uit Bachs Partita in c klein voor luit dient vanavond als inleiding tot de Chaconne, het lange, laatste deel van diens Tweede partita in d klein voor viool. In zijn oorspronkelijke vorm is het muziek die hoogten en diepten van emotie aftast in de expressiviteit en het vuur die mogelijk zijn op de viool. De klassieke gitaar mist die uitersten in expressie, met name de felheid die violisten met hun streek kunnen uitdrukken. Poláčková compenseert dat door een diep doorvoelde inleving, zeker wanneer de stillere, melancholieke passages vragen om ingetogenheid. Als de muziek een hoger tempo krijgt en melodie en tegenstemmen een complex patroon vormen, wordt een flink beroep gedaan op haar virtuositeit en haar vermogen om polyfonie uit te lichten.
Romantiek
Na de pauze klinkt het romantische repertoire van gitarist en componist Joseph Kaspar Mertz, inclusief bewerkingen die hij voor gitaar maakte van liederen van Franz Schubert. Poláčková speelt vier stukken uit Mertz’ bundel Sechs Schubert’sche Lieder. Ständchen, Liebesbotschaft en Aufenthalt komen uit een verzameling liederen die Schubert in het laatste jaar van zijn leven schreef, en die na zijn dood uitgegeven werden onder de titel Schwanengesang. Lob der Thränen, geschreven in 1818, is geen onderdeel van een liedcyclus. Mertz heeft de oorspronkelijke pianobegeleiding vertaald naar een beweeglijk fundament dat onder de melodielijn doorloopt. Waar zijn bewerkingen afwijken van Schuberts liederen is dat hoofdmelodie en begeleiding door één instrument vertolkt worden. Daardoor klinkt de muziek meer homogeen, terwijl Mertz het voor elkaar gekregen heeft om de zanglijn niet ten onder te laten gaan in de bewegingen die bij Schubert op de piano gespeeld worden. De helderheid van de muziek blijft te allen tijde intact.
Joseph Kaspar Mertz (jaartal en maker onbekend)
Mertz zelf komt ten slotte aan bod in de Fantaisie originale en Fantaisie hongroise, twee stukken uit zijn Trois morceaux, een jaar na zijn dood uitgegeven. Geboren in het toenmalige Pozsony (tegenwoordig Bratislava) in het Hongaarse deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, gebruikte hij in zijn eigen muziek regelmatig Hongaarse elementen, zoals in de virtuoos opgezette Fantaisie hongroise. Mertz publiceerde deze technisch veeleisende ‘fantasieën’ niet tijdens zijn leven, omdat hij geen vertrouwen had in de vaardigheden van de gitaristen uit zijn tijd. Petra Poláčková wil aantonen dat het meesterschap van de musici sindsdien een hoge vlucht genomen heeft.
Joseph Kaspar Mertz (jaartal en maker onbekend)
Mertz zelf komt ten slotte aan bod in de Fantaisie originale en Fantaisie hongroise, twee stukken uit zijn Trois morceaux, een jaar na zijn dood uitgegeven. Geboren in het toenmalige Pozsony (tegenwoordig Bratislava) in het Hongaarse deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, gebruikte hij in zijn eigen muziek regelmatig Hongaarse elementen, zoals in de virtuoos opgezette Fantaisie hongroise. Mertz publiceerde deze technisch veeleisende ‘fantasieën’ niet tijdens zijn leven, omdat hij geen vertrouwen had in de vaardigheden van de gitaristen uit zijn tijd. Petra Poláčková wil aantonen dat het meesterschap van de musici sindsdien een hoge vlucht genomen heeft.
Biografie
Petra Poláčková, gitaar
Petra Poláčková begon haar gitaarstudie op haar zesde aan de muziekschool van het Tsjechische Roznov pod Radhostem bij Bohuslav Faltus en Miroslava Pavelkova. In Praag had ze les van Zdenek Dvorak, en in 2010 studeerde ze in Pardubice (ook in Tsjechië) af bij Petr Saidl. Haar bachelor en master behaalde ze vervolgens bij Paolo Pegoraro aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Graz (Oostenrijk).
Bovendien volgde ze tientallen masterclasses door heel Europa en behaalde ze in 2011 een diploma bij Oscar Ghiglia aan de Accademia Musicale Chigiana in Siena. Petra Poláčková won vele concoursprijzen, en werd voor recitals maar ook voor het geven van masterclasses uitgenodigd door gitaarfestivals binnen en buiten Europa. Op een tournee in 2023 deed ze de Australische steden Perth, Sydney, Melbourne, Canberra en Brisbane aan. Lesgeven doet de gitariste momenteel aan de Franz Schubert Musikschule Fürstenfeld, het Johann-Joseph-Fux Konservatorium Graz en de Koninklijke Muziekacademie Aarhus/Aalborg.
Sinds 2010 is ze in haar vaderland mede-organisator van het Gitaarfestival Mikulov. In 2020 verscheen Petra Poláčková’s debuut-cd Weiss, waarop ze muziek van de Duitse luitist Sylvius Leopold Weiss (1687-1750) vertolkt op een negensnarige romantische gitaar gebouwd door Jan Tuláček. Petra Poláčková bespeelt daarnaast een historisch instrument van Domingo Esteso uit 1923 en een klassieke gitaar van Martin Šuk.
Ze maakt haar debuut in Het Concertgebouw.