Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Scherpdenkers: Arnon Grunberg, Katrien Baerts & Wibert Aerts

Scherpdenkers: Arnon Grunberg, Katrien Baerts & Wibert Aerts

Kleine Zaal
14 mei 2024
20.15 uur

Print dit programma

Arnon Grunberg spreker
Wibert Aerts viool
Katrien Baerts sopraan
Lise Bruyneel video
Pieter Bergé concept

Dit programma maakt deel uit van de serie Scherpdenkers en het project Kafkajahr 2024 en was eerder te zien op het Festival 20.21 in Leuven.

Ook interessant:
- Arnon Grunberg: ‘Ritme vind je terug in taal én muziek’

VERLOREN WOORDEN

György Kurtág (1926)

Kafka-Fragmente, op. 24 (1985-87)
voor sopraan en viool

I
1. Die Guten gehen im gleichen Schritt
2. Wie ein Weg im Herbst
3. Verstecke
4. Ruhelos
5. Berceuse I
6. Nimmermehr
7. ‘Wenn er mich immer frägt’
8. Es zupfte mich jemand am Kleid
9. Die Weissnäherinnen
10. Szene am Bahnhof
11. Sonntag, den 19. Juli 1910 (Berceuse II)
12. Meine Ohrmuschel…
13. Einmal brach ich mir das Bein
14. Umpanzert
15. Zwei Spazerstöcke (Authentisch-plagal)
16. Keine Rückkehr
17. Stolz (1910/15. November. Zehn Uhr)
18. Träumend hing die Blume
19. Nichts dergleichen

II
1. Der wahre Weg

III
1. Haben? Sein?
2. Der Coitus als Bestrafung
3. Meine Festung
4. Schmutzig bin ich, Milena…
5. Elendes Leben
6. Der begrenzte Kreis
7. Ziel, Weg, Zögern
8. So fest
9. Penetrant Jüdisch
10. Verstecke
11. Staunend sahen wir das grosse Pferd
12. Szene in der Elektrischen

IV
1. Zu spät (22. Oktober 1913)
2. Eine lange Geschichte
3. In memoriam Robert Klein
4. Aus einem alten Notizbuch
5. Leoparden
6. In memoriam Joannis Pilinszky
7. Wiederum, wiederum
8. Es blendete uns die Mondnacht…

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Kleine Zaal 14 mei 2024 20.15 uur

Arnon Grunberg spreker
Wibert Aerts viool
Katrien Baerts sopraan
Lise Bruyneel video
Pieter Bergé concept

Dit programma maakt deel uit van de serie Scherpdenkers en het project Kafkajahr 2024 en was eerder te zien op het Festival 20.21 in Leuven.

Ook interessant:
- Arnon Grunberg: ‘Ritme vind je terug in taal én muziek’

VERLOREN WOORDEN

György Kurtág (1926)

Kafka-Fragmente, op. 24 (1985-87)
voor sopraan en viool

I
1. Die Guten gehen im gleichen Schritt
2. Wie ein Weg im Herbst
3. Verstecke
4. Ruhelos
5. Berceuse I
6. Nimmermehr
7. ‘Wenn er mich immer frägt’
8. Es zupfte mich jemand am Kleid
9. Die Weissnäherinnen
10. Szene am Bahnhof
11. Sonntag, den 19. Juli 1910 (Berceuse II)
12. Meine Ohrmuschel…
13. Einmal brach ich mir das Bein
14. Umpanzert
15. Zwei Spazerstöcke (Authentisch-plagal)
16. Keine Rückkehr
17. Stolz (1910/15. November. Zehn Uhr)
18. Träumend hing die Blume
19. Nichts dergleichen

II
1. Der wahre Weg

III
1. Haben? Sein?
2. Der Coitus als Bestrafung
3. Meine Festung
4. Schmutzig bin ich, Milena…
5. Elendes Leben
6. Der begrenzte Kreis
7. Ziel, Weg, Zögern
8. So fest
9. Penetrant Jüdisch
10. Verstecke
11. Staunend sahen wir das grosse Pferd
12. Szene in der Elektrischen

IV
1. Zu spät (22. Oktober 1913)
2. Eine lange Geschichte
3. In memoriam Robert Klein
4. Aus einem alten Notizbuch
5. Leoparden
6. In memoriam Joannis Pilinszky
7. Wiederum, wiederum
8. Es blendete uns die Mondnacht…

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Toelichting

door Pieter Bergé en Yentl Ventôse

Kurtág

György Kurtág werd geboren als zoon van Hongaarse ouders in Lugoj, dat net voor zijn geboorte geannexeerd was door Roemenië. Zelf verkreeg hij pas de Hongaarse nationaliteit toen hij naar Boedapest trok in 1946 om zijn studies piano en compositie, die hij in Timişoara aanvatte, voort te zetten en kamermuziek aan zijn curriculum toe te voegen. Een van de redenen voor de vele Hongaarse invloeden in Kurtágs werk was ongetwijfeld de minimale toegang die hij had tot internationale contemporaine muziek. Kurtágs eerste kennismakingen met westerse kunstmuziek, stukken van Karlheinz Stockhausen, Arnold Schönberg en Anton Webern, verliepen voornamelijk via de partiturencollectie van zijn medestudent en vriend György Ligeti.

Kurtág zette zijn zoektocht naar een eigen esthetiek voort in Parijs. Hier volgde hij van 1957 tot 1958 compositielessen bij Olivier Messiaen, Darius Milhaud en Max Deutsch. Toch waren het niet deze lessen en invloeden die het grootste effect hadden op Kurtágs verdere ontwikkeling, maar zijn ontmoeting met psychologe Marianne Stein, aan wie hij later zijn Kafka-­Fragmente zou opdragen. Voor haar speelde Kurtág het enige stuk dat hij had voltooid tijdens zijn verblijf in de Franse hoofdstad: een ­langgerekte compositie voor piano solo. Stein adviseerde hem om het over een heel andere boeg te gooien en zichzelf kleine muzikale taken op te leggen om zijn eigen stem te vinden. Hij ging met deze beperkingen aan de slag en vond een eigenheid in geconcentreerde muzikale vraagstukken, die soms doen denken aan Weberns miniaturen.

Een vast kenmerk in Kurtágs mature werk is de ‘fragmentarische vorm’. Net als Webern vóór hem voelde Kurtág dat een stuk af leek als alle twaalf chromatische tonen van het octaaf geklonken hadden. Zijn stijl wordt daardoor gekenmerkt door een zekere gebaldheid, een uitgepuurde essentie waarin elke toon zorgvuldig gekozen en geplaatst is. 

Kafka

Net als Kurtág werd Franz Kafka (1883-1924) geboren in Oostenrijk-Hongarije, in zijn geval het Boheemse Praag dat later de hoofdstad van Tsjechië zou worden. Toch was Kafka gericht op de Duitse taal en cultuur, net als de joodse gemeenschap waarin hij opgroeide, maar waar hij van afgescheiden bleef omdat zijn atheïstische en socialistische overtuigingen hem vervreemdden van deze directe omgeving. Het gevoel van ontwrichting dat hiermee gepaard ging, zijn innerlijke tegenstrijdigheden en complexe persoonlijkheid veroorzaakten een levenslange tristesse en zoektocht naar essentie. Kafka heeft zeer weinig geschriften gepubliceerd, maar tegen zijn wensen in gaf zijn vriend en biograaf Max Brod zijn onafgewerkte teksten postuum uit, waaronder ook zijn meesterwerk Het proces. Kafka’s werk wordt steeds gekenmerkt door een strakke kernachtigheid en direct, precies en helder taalgebruik. Dat lijkt misschien initieel sterk in contrast te staan met zijn vermenging van realiteit en fantasie, waarin geen duidelijke grens getrokken wordt tussen droom en werkelijkheid.

Kurtág

György Kurtág werd geboren als zoon van Hongaarse ouders in Lugoj, dat net voor zijn geboorte geannexeerd was door Roemenië. Zelf verkreeg hij pas de Hongaarse nationaliteit toen hij naar Boedapest trok in 1946 om zijn studies piano en compositie, die hij in Timişoara aanvatte, voort te zetten en kamermuziek aan zijn curriculum toe te voegen. Een van de redenen voor de vele Hongaarse invloeden in Kurtágs werk was ongetwijfeld de minimale toegang die hij had tot internationale contemporaine muziek. Kurtágs eerste kennismakingen met westerse kunstmuziek, stukken van Karlheinz Stockhausen, Arnold Schönberg en Anton Webern, verliepen voornamelijk via de partiturencollectie van zijn medestudent en vriend György Ligeti.

Kurtág zette zijn zoektocht naar een eigen esthetiek voort in Parijs. Hier volgde hij van 1957 tot 1958 compositielessen bij Olivier Messiaen, Darius Milhaud en Max Deutsch. Toch waren het niet deze lessen en invloeden die het grootste effect hadden op Kurtágs verdere ontwikkeling, maar zijn ontmoeting met psychologe Marianne Stein, aan wie hij later zijn Kafka-­Fragmente zou opdragen. Voor haar speelde Kurtág het enige stuk dat hij had voltooid tijdens zijn verblijf in de Franse hoofdstad: een ­langgerekte compositie voor piano solo. Stein adviseerde hem om het over een heel andere boeg te gooien en zichzelf kleine muzikale taken op te leggen om zijn eigen stem te vinden. Hij ging met deze beperkingen aan de slag en vond een eigenheid in geconcentreerde muzikale vraagstukken, die soms doen denken aan Weberns miniaturen.

Een vast kenmerk in Kurtágs mature werk is de ‘fragmentarische vorm’. Net als Webern vóór hem voelde Kurtág dat een stuk af leek als alle twaalf chromatische tonen van het octaaf geklonken hadden. Zijn stijl wordt daardoor gekenmerkt door een zekere gebaldheid, een uitgepuurde essentie waarin elke toon zorgvuldig gekozen en geplaatst is. 

Kafka

Net als Kurtág werd Franz Kafka (1883-1924) geboren in Oostenrijk-Hongarije, in zijn geval het Boheemse Praag dat later de hoofdstad van Tsjechië zou worden. Toch was Kafka gericht op de Duitse taal en cultuur, net als de joodse gemeenschap waarin hij opgroeide, maar waar hij van afgescheiden bleef omdat zijn atheïstische en socialistische overtuigingen hem vervreemdden van deze directe omgeving. Het gevoel van ontwrichting dat hiermee gepaard ging, zijn innerlijke tegenstrijdigheden en complexe persoonlijkheid veroorzaakten een levenslange tristesse en zoektocht naar essentie. Kafka heeft zeer weinig geschriften gepubliceerd, maar tegen zijn wensen in gaf zijn vriend en biograaf Max Brod zijn onafgewerkte teksten postuum uit, waaronder ook zijn meesterwerk Het proces. Kafka’s werk wordt steeds gekenmerkt door een strakke kernachtigheid en direct, precies en helder taalgebruik. Dat lijkt misschien initieel sterk in contrast te staan met zijn vermenging van realiteit en fantasie, waarin geen duidelijke grens getrokken wordt tussen droom en werkelijkheid.

  • Franz Kafka (tekening 1)

    Franz Kafka (tekening 1)

  • Franz Kafka (tekening 2)

    Franz Kafka (tekening 2)

  • Franz Kafka (tekening 3)

    Franz Kafka (tekening 3)

  • Franz Kafka (tekening 1)

    Franz Kafka (tekening 1)

  • Franz Kafka (tekening 2)

    Franz Kafka (tekening 2)

  • Franz Kafka (tekening 3)

    Franz Kafka (tekening 3)

Kafka-Fragmente

Kafka en Kurtág waren beiden joods, ontwricht en op zoek naar zichzelf en hun expressieve vorm in respectievelijk literatuur en ­muziek. Dankzij Ligeti maakte Kurtág kennis met het werk van de schrijver. Hij vond hierin een gelijkgestemde ziel met dezelfde voorkeuren voor kernachtig­heid en precisie. Kafka’s tekstuele beknoptheid en directheid vormden een vruchtbare voedings­bodem voor Kurtágs aforistische muziek. Hij toonzette tussen 1985 en 1987 veertig flarden tekst, om ze pas aan het einde in hun uiteindelijke volgorde te plaatsen en te bundelen tot de cyclus Kafka-Fragmente.

Bijna alle knipsels hebben een filosofisch, reflexief en vaak raadselachtig karakter, maar ook een duidelijke emotieve kracht. In de stukjes die Kurtág koos, schildert Kafka beelden van de alledaagse realiteit, van de gevoelswereld, de radeloosheid, aarzeling, bevreemdende en poëtische taferelen, metaforen die de wereld en het leven bevragen, r­ondom het ­terugkerende topos van het pad. De luisteraar bewandelt dit pad met de musici, de componist en de auteur, op weg zonder bestemming, naar een vraag zonder antwoord, naar een open eind waarvan men niet onveranderd terug kan keren. Kurtág schikte de veertig fragmenten – die uiteenlopen van tien seconden tot zo’n zeven minuten – in vier delen van ongelijke lengte. Het laatste deel wordt door sommige musicologen vergeleken met een romantische liedcyclus, zoals Franz Schubert en Robert Schumann ze schreven. Hier loopt het pad ten einde, met de tred van een man die zichzelf zoekt, reflecteert en tot een zeker inzicht komt en rust vindt in het maanlicht van het laatste lied.

De fragmenten lijken delen van een groter, ontbrekend geheel, waardoor ze niet aanvoelen als afzonderlijke miniaturen. Het fragiele evenwicht tussen de sopraanstem en de viool, die bijna eenzelfde register delen, is essentieel voor de subtiliteit van de Kafka-­Fragmente. Ze gaan in dialoog, geven echo’s van elkaar, maar functioneren op andere momenten geheel los van elkaar, en genereren daarbij sterke stilistische contrasten. In beide partijen maakt Kurtág gebruik van een strikte, maar tegelijkertijd expressieve organisatie van intervallen: grote kwintsprongen, afgewisseld met de wrijvende spanning van secunden. De muzikale lijn vloeit moeiteloos voort uit de articulatie van de zinsneden, waardoor de woordschilderingen de kleur en het ritme van de muziek als vanzelf lijken te genereren.

Tekeningen

Voor deze uitvoering van Kurtágs Kafka-Fragmente ontwierp Lise Bruyneel een video waarin niet alleen de gezongen fragmenten worden geprojecteerd, maar ook tekeningen van de schrijver. In Kafka’s artistieke universum nemen zijn tekeningen een belangrijke plaats in. Zo schreef hij in 1913 aan zijn verloofde Felice Bauer: ‘Weet je, ik was ooit een groot tekenaar, maar toen ben ik bij een slechte schilderes schoolse tekenlessen gaan nemen en heb ik mijn hele talent verknoeid. […] De tekeningen hebben mij indertijd meer bevrediging geschonken dan enige andere bezigheid.’ Dat het tot 2021 geduurd heeft voordat al het beschikbare materiaal (163 tekeningen) gepubliceerd werd, heeft vele oorzaken. Eigendomsrechten en bijhorende processen speelden een belangrijke rol, maar ook de rigide houding van Max Brod, die Kafka’s erfenis beheerde. In zijn Kafka-biografie uit 1937 gaf Brod zes tekeningen vrij en in latere herdrukken volgden er nog meer. Doorheen de jaren werd hij evenwel steeds terughoudender. Mogelijk was Brod misnoegd over de vele commentaren die hij moest incasseren over zijn omgang met de Kafka-erfenis; ook kan het zijn dat hij bezorgd was dat de publicatie van de tekeningen Kafka als kunstenaar reputatieschade zou kunnen berokkenen.

De tekeningen van Kafka zijn op heel uiteenlopende dragers terug te vinden: losse bladen, stukjes papier, bedrukte of met de hand ­geschreven blaadjes, een heus tekenschrift, reisdagboeken, brieven, briefkaarten, enzovoort. In de meeste gevallen lijken ze vrij vluchtig gemaakt te zijn. Een groot deel heeft een strakke stijl met veel rechte lijnen, scherpe hoeken en harde zwart-wit-contrasten. Sommige tekeningen bestaan daarentegen uit voornamelijk gebogen lijnen die elkaar nauwelijks raken maar wel samen een geheel vormen. Soms komen beide stijlen voor op eenzelfde blad. Sommige tekeningen zijn puur ornament, maar de overgrote meerderheid is figuratief. Vaak zijn de figuren afgebeeld in een pose die beweging suggereert. Veel tekeningen lijken anekdotisch van karakter, en ook een zekere tendens naar karikaturisering valt op.

Een uitgebreidere versie van dit artikel is in najaar 2022 verschenen in een programma­boek van het Festival 20·21 in Leuven, België.

Kafka-Fragmente

Kafka en Kurtág waren beiden joods, ontwricht en op zoek naar zichzelf en hun expressieve vorm in respectievelijk literatuur en ­muziek. Dankzij Ligeti maakte Kurtág kennis met het werk van de schrijver. Hij vond hierin een gelijkgestemde ziel met dezelfde voorkeuren voor kernachtig­heid en precisie. Kafka’s tekstuele beknoptheid en directheid vormden een vruchtbare voedings­bodem voor Kurtágs aforistische muziek. Hij toonzette tussen 1985 en 1987 veertig flarden tekst, om ze pas aan het einde in hun uiteindelijke volgorde te plaatsen en te bundelen tot de cyclus Kafka-Fragmente.

Bijna alle knipsels hebben een filosofisch, reflexief en vaak raadselachtig karakter, maar ook een duidelijke emotieve kracht. In de stukjes die Kurtág koos, schildert Kafka beelden van de alledaagse realiteit, van de gevoelswereld, de radeloosheid, aarzeling, bevreemdende en poëtische taferelen, metaforen die de wereld en het leven bevragen, r­ondom het ­terugkerende topos van het pad. De luisteraar bewandelt dit pad met de musici, de componist en de auteur, op weg zonder bestemming, naar een vraag zonder antwoord, naar een open eind waarvan men niet onveranderd terug kan keren. Kurtág schikte de veertig fragmenten – die uiteenlopen van tien seconden tot zo’n zeven minuten – in vier delen van ongelijke lengte. Het laatste deel wordt door sommige musicologen vergeleken met een romantische liedcyclus, zoals Franz Schubert en Robert Schumann ze schreven. Hier loopt het pad ten einde, met de tred van een man die zichzelf zoekt, reflecteert en tot een zeker inzicht komt en rust vindt in het maanlicht van het laatste lied.

De fragmenten lijken delen van een groter, ontbrekend geheel, waardoor ze niet aanvoelen als afzonderlijke miniaturen. Het fragiele evenwicht tussen de sopraanstem en de viool, die bijna eenzelfde register delen, is essentieel voor de subtiliteit van de Kafka-­Fragmente. Ze gaan in dialoog, geven echo’s van elkaar, maar functioneren op andere momenten geheel los van elkaar, en genereren daarbij sterke stilistische contrasten. In beide partijen maakt Kurtág gebruik van een strikte, maar tegelijkertijd expressieve organisatie van intervallen: grote kwintsprongen, afgewisseld met de wrijvende spanning van secunden. De muzikale lijn vloeit moeiteloos voort uit de articulatie van de zinsneden, waardoor de woordschilderingen de kleur en het ritme van de muziek als vanzelf lijken te genereren.

Tekeningen

Voor deze uitvoering van Kurtágs Kafka-Fragmente ontwierp Lise Bruyneel een video waarin niet alleen de gezongen fragmenten worden geprojecteerd, maar ook tekeningen van de schrijver. In Kafka’s artistieke universum nemen zijn tekeningen een belangrijke plaats in. Zo schreef hij in 1913 aan zijn verloofde Felice Bauer: ‘Weet je, ik was ooit een groot tekenaar, maar toen ben ik bij een slechte schilderes schoolse tekenlessen gaan nemen en heb ik mijn hele talent verknoeid. […] De tekeningen hebben mij indertijd meer bevrediging geschonken dan enige andere bezigheid.’ Dat het tot 2021 geduurd heeft voordat al het beschikbare materiaal (163 tekeningen) gepubliceerd werd, heeft vele oorzaken. Eigendomsrechten en bijhorende processen speelden een belangrijke rol, maar ook de rigide houding van Max Brod, die Kafka’s erfenis beheerde. In zijn Kafka-biografie uit 1937 gaf Brod zes tekeningen vrij en in latere herdrukken volgden er nog meer. Doorheen de jaren werd hij evenwel steeds terughoudender. Mogelijk was Brod misnoegd over de vele commentaren die hij moest incasseren over zijn omgang met de Kafka-erfenis; ook kan het zijn dat hij bezorgd was dat de publicatie van de tekeningen Kafka als kunstenaar reputatieschade zou kunnen berokkenen.

De tekeningen van Kafka zijn op heel uiteenlopende dragers terug te vinden: losse bladen, stukjes papier, bedrukte of met de hand ­geschreven blaadjes, een heus tekenschrift, reisdagboeken, brieven, briefkaarten, enzovoort. In de meeste gevallen lijken ze vrij vluchtig gemaakt te zijn. Een groot deel heeft een strakke stijl met veel rechte lijnen, scherpe hoeken en harde zwart-wit-contrasten. Sommige tekeningen bestaan daarentegen uit voornamelijk gebogen lijnen die elkaar nauwelijks raken maar wel samen een geheel vormen. Soms komen beide stijlen voor op eenzelfde blad. Sommige tekeningen zijn puur ornament, maar de overgrote meerderheid is figuratief. Vaak zijn de figuren afgebeeld in een pose die beweging suggereert. Veel tekeningen lijken anekdotisch van karakter, en ook een zekere tendens naar karikaturisering valt op.

Een uitgebreidere versie van dit artikel is in najaar 2022 verschenen in een programma­boek van het Festival 20·21 in Leuven, België.

door Pieter Bergé en Yentl Ventôse

Toelichting

door Pieter Bergé en Yentl Ventôse

Kurtág

György Kurtág werd geboren als zoon van Hongaarse ouders in Lugoj, dat net voor zijn geboorte geannexeerd was door Roemenië. Zelf verkreeg hij pas de Hongaarse nationaliteit toen hij naar Boedapest trok in 1946 om zijn studies piano en compositie, die hij in Timişoara aanvatte, voort te zetten en kamermuziek aan zijn curriculum toe te voegen. Een van de redenen voor de vele Hongaarse invloeden in Kurtágs werk was ongetwijfeld de minimale toegang die hij had tot internationale contemporaine muziek. Kurtágs eerste kennismakingen met westerse kunstmuziek, stukken van Karlheinz Stockhausen, Arnold Schönberg en Anton Webern, verliepen voornamelijk via de partiturencollectie van zijn medestudent en vriend György Ligeti.

Kurtág zette zijn zoektocht naar een eigen esthetiek voort in Parijs. Hier volgde hij van 1957 tot 1958 compositielessen bij Olivier Messiaen, Darius Milhaud en Max Deutsch. Toch waren het niet deze lessen en invloeden die het grootste effect hadden op Kurtágs verdere ontwikkeling, maar zijn ontmoeting met psychologe Marianne Stein, aan wie hij later zijn Kafka-­Fragmente zou opdragen. Voor haar speelde Kurtág het enige stuk dat hij had voltooid tijdens zijn verblijf in de Franse hoofdstad: een ­langgerekte compositie voor piano solo. Stein adviseerde hem om het over een heel andere boeg te gooien en zichzelf kleine muzikale taken op te leggen om zijn eigen stem te vinden. Hij ging met deze beperkingen aan de slag en vond een eigenheid in geconcentreerde muzikale vraagstukken, die soms doen denken aan Weberns miniaturen.

Een vast kenmerk in Kurtágs mature werk is de ‘fragmentarische vorm’. Net als Webern vóór hem voelde Kurtág dat een stuk af leek als alle twaalf chromatische tonen van het octaaf geklonken hadden. Zijn stijl wordt daardoor gekenmerkt door een zekere gebaldheid, een uitgepuurde essentie waarin elke toon zorgvuldig gekozen en geplaatst is. 

Kafka

Net als Kurtág werd Franz Kafka (1883-1924) geboren in Oostenrijk-Hongarije, in zijn geval het Boheemse Praag dat later de hoofdstad van Tsjechië zou worden. Toch was Kafka gericht op de Duitse taal en cultuur, net als de joodse gemeenschap waarin hij opgroeide, maar waar hij van afgescheiden bleef omdat zijn atheïstische en socialistische overtuigingen hem vervreemdden van deze directe omgeving. Het gevoel van ontwrichting dat hiermee gepaard ging, zijn innerlijke tegenstrijdigheden en complexe persoonlijkheid veroorzaakten een levenslange tristesse en zoektocht naar essentie. Kafka heeft zeer weinig geschriften gepubliceerd, maar tegen zijn wensen in gaf zijn vriend en biograaf Max Brod zijn onafgewerkte teksten postuum uit, waaronder ook zijn meesterwerk Het proces. Kafka’s werk wordt steeds gekenmerkt door een strakke kernachtigheid en direct, precies en helder taalgebruik. Dat lijkt misschien initieel sterk in contrast te staan met zijn vermenging van realiteit en fantasie, waarin geen duidelijke grens getrokken wordt tussen droom en werkelijkheid.

Kurtág

György Kurtág werd geboren als zoon van Hongaarse ouders in Lugoj, dat net voor zijn geboorte geannexeerd was door Roemenië. Zelf verkreeg hij pas de Hongaarse nationaliteit toen hij naar Boedapest trok in 1946 om zijn studies piano en compositie, die hij in Timişoara aanvatte, voort te zetten en kamermuziek aan zijn curriculum toe te voegen. Een van de redenen voor de vele Hongaarse invloeden in Kurtágs werk was ongetwijfeld de minimale toegang die hij had tot internationale contemporaine muziek. Kurtágs eerste kennismakingen met westerse kunstmuziek, stukken van Karlheinz Stockhausen, Arnold Schönberg en Anton Webern, verliepen voornamelijk via de partiturencollectie van zijn medestudent en vriend György Ligeti.

Kurtág zette zijn zoektocht naar een eigen esthetiek voort in Parijs. Hier volgde hij van 1957 tot 1958 compositielessen bij Olivier Messiaen, Darius Milhaud en Max Deutsch. Toch waren het niet deze lessen en invloeden die het grootste effect hadden op Kurtágs verdere ontwikkeling, maar zijn ontmoeting met psychologe Marianne Stein, aan wie hij later zijn Kafka-­Fragmente zou opdragen. Voor haar speelde Kurtág het enige stuk dat hij had voltooid tijdens zijn verblijf in de Franse hoofdstad: een ­langgerekte compositie voor piano solo. Stein adviseerde hem om het over een heel andere boeg te gooien en zichzelf kleine muzikale taken op te leggen om zijn eigen stem te vinden. Hij ging met deze beperkingen aan de slag en vond een eigenheid in geconcentreerde muzikale vraagstukken, die soms doen denken aan Weberns miniaturen.

Een vast kenmerk in Kurtágs mature werk is de ‘fragmentarische vorm’. Net als Webern vóór hem voelde Kurtág dat een stuk af leek als alle twaalf chromatische tonen van het octaaf geklonken hadden. Zijn stijl wordt daardoor gekenmerkt door een zekere gebaldheid, een uitgepuurde essentie waarin elke toon zorgvuldig gekozen en geplaatst is. 

Kafka

Net als Kurtág werd Franz Kafka (1883-1924) geboren in Oostenrijk-Hongarije, in zijn geval het Boheemse Praag dat later de hoofdstad van Tsjechië zou worden. Toch was Kafka gericht op de Duitse taal en cultuur, net als de joodse gemeenschap waarin hij opgroeide, maar waar hij van afgescheiden bleef omdat zijn atheïstische en socialistische overtuigingen hem vervreemdden van deze directe omgeving. Het gevoel van ontwrichting dat hiermee gepaard ging, zijn innerlijke tegenstrijdigheden en complexe persoonlijkheid veroorzaakten een levenslange tristesse en zoektocht naar essentie. Kafka heeft zeer weinig geschriften gepubliceerd, maar tegen zijn wensen in gaf zijn vriend en biograaf Max Brod zijn onafgewerkte teksten postuum uit, waaronder ook zijn meesterwerk Het proces. Kafka’s werk wordt steeds gekenmerkt door een strakke kernachtigheid en direct, precies en helder taalgebruik. Dat lijkt misschien initieel sterk in contrast te staan met zijn vermenging van realiteit en fantasie, waarin geen duidelijke grens getrokken wordt tussen droom en werkelijkheid.

  • Franz Kafka (tekening 1)

    Franz Kafka (tekening 1)

  • Franz Kafka (tekening 2)

    Franz Kafka (tekening 2)

  • Franz Kafka (tekening 3)

    Franz Kafka (tekening 3)

  • Franz Kafka (tekening 1)

    Franz Kafka (tekening 1)

  • Franz Kafka (tekening 2)

    Franz Kafka (tekening 2)

  • Franz Kafka (tekening 3)

    Franz Kafka (tekening 3)

Kafka-Fragmente

Kafka en Kurtág waren beiden joods, ontwricht en op zoek naar zichzelf en hun expressieve vorm in respectievelijk literatuur en ­muziek. Dankzij Ligeti maakte Kurtág kennis met het werk van de schrijver. Hij vond hierin een gelijkgestemde ziel met dezelfde voorkeuren voor kernachtig­heid en precisie. Kafka’s tekstuele beknoptheid en directheid vormden een vruchtbare voedings­bodem voor Kurtágs aforistische muziek. Hij toonzette tussen 1985 en 1987 veertig flarden tekst, om ze pas aan het einde in hun uiteindelijke volgorde te plaatsen en te bundelen tot de cyclus Kafka-Fragmente.

Bijna alle knipsels hebben een filosofisch, reflexief en vaak raadselachtig karakter, maar ook een duidelijke emotieve kracht. In de stukjes die Kurtág koos, schildert Kafka beelden van de alledaagse realiteit, van de gevoelswereld, de radeloosheid, aarzeling, bevreemdende en poëtische taferelen, metaforen die de wereld en het leven bevragen, r­ondom het ­terugkerende topos van het pad. De luisteraar bewandelt dit pad met de musici, de componist en de auteur, op weg zonder bestemming, naar een vraag zonder antwoord, naar een open eind waarvan men niet onveranderd terug kan keren. Kurtág schikte de veertig fragmenten – die uiteenlopen van tien seconden tot zo’n zeven minuten – in vier delen van ongelijke lengte. Het laatste deel wordt door sommige musicologen vergeleken met een romantische liedcyclus, zoals Franz Schubert en Robert Schumann ze schreven. Hier loopt het pad ten einde, met de tred van een man die zichzelf zoekt, reflecteert en tot een zeker inzicht komt en rust vindt in het maanlicht van het laatste lied.

De fragmenten lijken delen van een groter, ontbrekend geheel, waardoor ze niet aanvoelen als afzonderlijke miniaturen. Het fragiele evenwicht tussen de sopraanstem en de viool, die bijna eenzelfde register delen, is essentieel voor de subtiliteit van de Kafka-­Fragmente. Ze gaan in dialoog, geven echo’s van elkaar, maar functioneren op andere momenten geheel los van elkaar, en genereren daarbij sterke stilistische contrasten. In beide partijen maakt Kurtág gebruik van een strikte, maar tegelijkertijd expressieve organisatie van intervallen: grote kwintsprongen, afgewisseld met de wrijvende spanning van secunden. De muzikale lijn vloeit moeiteloos voort uit de articulatie van de zinsneden, waardoor de woordschilderingen de kleur en het ritme van de muziek als vanzelf lijken te genereren.

Tekeningen

Voor deze uitvoering van Kurtágs Kafka-Fragmente ontwierp Lise Bruyneel een video waarin niet alleen de gezongen fragmenten worden geprojecteerd, maar ook tekeningen van de schrijver. In Kafka’s artistieke universum nemen zijn tekeningen een belangrijke plaats in. Zo schreef hij in 1913 aan zijn verloofde Felice Bauer: ‘Weet je, ik was ooit een groot tekenaar, maar toen ben ik bij een slechte schilderes schoolse tekenlessen gaan nemen en heb ik mijn hele talent verknoeid. […] De tekeningen hebben mij indertijd meer bevrediging geschonken dan enige andere bezigheid.’ Dat het tot 2021 geduurd heeft voordat al het beschikbare materiaal (163 tekeningen) gepubliceerd werd, heeft vele oorzaken. Eigendomsrechten en bijhorende processen speelden een belangrijke rol, maar ook de rigide houding van Max Brod, die Kafka’s erfenis beheerde. In zijn Kafka-biografie uit 1937 gaf Brod zes tekeningen vrij en in latere herdrukken volgden er nog meer. Doorheen de jaren werd hij evenwel steeds terughoudender. Mogelijk was Brod misnoegd over de vele commentaren die hij moest incasseren over zijn omgang met de Kafka-erfenis; ook kan het zijn dat hij bezorgd was dat de publicatie van de tekeningen Kafka als kunstenaar reputatieschade zou kunnen berokkenen.

De tekeningen van Kafka zijn op heel uiteenlopende dragers terug te vinden: losse bladen, stukjes papier, bedrukte of met de hand ­geschreven blaadjes, een heus tekenschrift, reisdagboeken, brieven, briefkaarten, enzovoort. In de meeste gevallen lijken ze vrij vluchtig gemaakt te zijn. Een groot deel heeft een strakke stijl met veel rechte lijnen, scherpe hoeken en harde zwart-wit-contrasten. Sommige tekeningen bestaan daarentegen uit voornamelijk gebogen lijnen die elkaar nauwelijks raken maar wel samen een geheel vormen. Soms komen beide stijlen voor op eenzelfde blad. Sommige tekeningen zijn puur ornament, maar de overgrote meerderheid is figuratief. Vaak zijn de figuren afgebeeld in een pose die beweging suggereert. Veel tekeningen lijken anekdotisch van karakter, en ook een zekere tendens naar karikaturisering valt op.

Een uitgebreidere versie van dit artikel is in najaar 2022 verschenen in een programma­boek van het Festival 20·21 in Leuven, België.

Kafka-Fragmente

Kafka en Kurtág waren beiden joods, ontwricht en op zoek naar zichzelf en hun expressieve vorm in respectievelijk literatuur en ­muziek. Dankzij Ligeti maakte Kurtág kennis met het werk van de schrijver. Hij vond hierin een gelijkgestemde ziel met dezelfde voorkeuren voor kernachtig­heid en precisie. Kafka’s tekstuele beknoptheid en directheid vormden een vruchtbare voedings­bodem voor Kurtágs aforistische muziek. Hij toonzette tussen 1985 en 1987 veertig flarden tekst, om ze pas aan het einde in hun uiteindelijke volgorde te plaatsen en te bundelen tot de cyclus Kafka-Fragmente.

Bijna alle knipsels hebben een filosofisch, reflexief en vaak raadselachtig karakter, maar ook een duidelijke emotieve kracht. In de stukjes die Kurtág koos, schildert Kafka beelden van de alledaagse realiteit, van de gevoelswereld, de radeloosheid, aarzeling, bevreemdende en poëtische taferelen, metaforen die de wereld en het leven bevragen, r­ondom het ­terugkerende topos van het pad. De luisteraar bewandelt dit pad met de musici, de componist en de auteur, op weg zonder bestemming, naar een vraag zonder antwoord, naar een open eind waarvan men niet onveranderd terug kan keren. Kurtág schikte de veertig fragmenten – die uiteenlopen van tien seconden tot zo’n zeven minuten – in vier delen van ongelijke lengte. Het laatste deel wordt door sommige musicologen vergeleken met een romantische liedcyclus, zoals Franz Schubert en Robert Schumann ze schreven. Hier loopt het pad ten einde, met de tred van een man die zichzelf zoekt, reflecteert en tot een zeker inzicht komt en rust vindt in het maanlicht van het laatste lied.

De fragmenten lijken delen van een groter, ontbrekend geheel, waardoor ze niet aanvoelen als afzonderlijke miniaturen. Het fragiele evenwicht tussen de sopraanstem en de viool, die bijna eenzelfde register delen, is essentieel voor de subtiliteit van de Kafka-­Fragmente. Ze gaan in dialoog, geven echo’s van elkaar, maar functioneren op andere momenten geheel los van elkaar, en genereren daarbij sterke stilistische contrasten. In beide partijen maakt Kurtág gebruik van een strikte, maar tegelijkertijd expressieve organisatie van intervallen: grote kwintsprongen, afgewisseld met de wrijvende spanning van secunden. De muzikale lijn vloeit moeiteloos voort uit de articulatie van de zinsneden, waardoor de woordschilderingen de kleur en het ritme van de muziek als vanzelf lijken te genereren.

Tekeningen

Voor deze uitvoering van Kurtágs Kafka-Fragmente ontwierp Lise Bruyneel een video waarin niet alleen de gezongen fragmenten worden geprojecteerd, maar ook tekeningen van de schrijver. In Kafka’s artistieke universum nemen zijn tekeningen een belangrijke plaats in. Zo schreef hij in 1913 aan zijn verloofde Felice Bauer: ‘Weet je, ik was ooit een groot tekenaar, maar toen ben ik bij een slechte schilderes schoolse tekenlessen gaan nemen en heb ik mijn hele talent verknoeid. […] De tekeningen hebben mij indertijd meer bevrediging geschonken dan enige andere bezigheid.’ Dat het tot 2021 geduurd heeft voordat al het beschikbare materiaal (163 tekeningen) gepubliceerd werd, heeft vele oorzaken. Eigendomsrechten en bijhorende processen speelden een belangrijke rol, maar ook de rigide houding van Max Brod, die Kafka’s erfenis beheerde. In zijn Kafka-biografie uit 1937 gaf Brod zes tekeningen vrij en in latere herdrukken volgden er nog meer. Doorheen de jaren werd hij evenwel steeds terughoudender. Mogelijk was Brod misnoegd over de vele commentaren die hij moest incasseren over zijn omgang met de Kafka-erfenis; ook kan het zijn dat hij bezorgd was dat de publicatie van de tekeningen Kafka als kunstenaar reputatieschade zou kunnen berokkenen.

De tekeningen van Kafka zijn op heel uiteenlopende dragers terug te vinden: losse bladen, stukjes papier, bedrukte of met de hand ­geschreven blaadjes, een heus tekenschrift, reisdagboeken, brieven, briefkaarten, enzovoort. In de meeste gevallen lijken ze vrij vluchtig gemaakt te zijn. Een groot deel heeft een strakke stijl met veel rechte lijnen, scherpe hoeken en harde zwart-wit-contrasten. Sommige tekeningen bestaan daarentegen uit voornamelijk gebogen lijnen die elkaar nauwelijks raken maar wel samen een geheel vormen. Soms komen beide stijlen voor op eenzelfde blad. Sommige tekeningen zijn puur ornament, maar de overgrote meerderheid is figuratief. Vaak zijn de figuren afgebeeld in een pose die beweging suggereert. Veel tekeningen lijken anekdotisch van karakter, en ook een zekere tendens naar karikaturisering valt op.

Een uitgebreidere versie van dit artikel is in najaar 2022 verschenen in een programma­boek van het Festival 20·21 in Leuven, België.

door Pieter Bergé en Yentl Ventôse

Biografie

Arnon Grunberg, spreker

Arnon Grunberg is geboren in Amsterdam en woont deels in New York. Zijn werk is in 29 talen vertaald, en voor zijn gedichten, romans, verhalen, toneelteksten, reportages en essays won hij talloze prijzen.

In 1994 brak de schrijver door met Blauwe maandagen, over zijn jeugd in een door de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerd joods gezin. 

De autobiografische roman kreeg de Anton Wachterprijs voor het beste schrijversdebuut en een Gouden Ezelsoor voor het best verkochte literaire debuut. De veelbesproken zesde roman Tirza (2006) werd bekroond met de Libris Literatuurprijs en de Gouden Uil en is in 2010 zowel verfilmd als op het toneel gebracht. Sinds 2014 is Arnon Grunberg lid van de Akademie van Kunsten, in 2019 kreeg hij de Constantijn Huygens-prijs, in 2010 de Frans Kellendonk-prijs, en in 2022 zowel de P.C. Hooft-prijs als de Johannes Vermeerprijs.

Behalve voor de Volkskrant is Arnon Grunberg columnist voor Humo en mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, en daarnaast schrijft hij essays voor onder andere NRC, de Volkskrant, De Standaard en De Groene Amsterdammer.

Voorafgaand aan de doden­herdenking 2020 op de Dam hield hij de 4 mei-voordracht. Met ingang van dit voorjaar volgt Arnon Grunberg de recent overleden Clairy Polak op als presentator van tv-programma Het Filosofisch K­wintet.

Katrien Baerts, sopraan

Katrien Baerts is afgestudeerd aan de Dutch National Opera Academy, was halve finalist van de Koningin Elisabethwedstrijd en behaalde haar masters zang en viool aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Seizoenshoogtepunten zijn Mysteries of the Macabre van Ligeti met het Antwerp Symphony Orchestra en haar debuut bij het Ensemble intercontemporain met The Living Mountain van Thomas Larcher. Met het Vlaams Radio Koor zingt de Belgische sopraan muziek van Missy Mazzoli en met Het Collectief de ­Maeterlinck-Lieder van Zemlinsky. ­

Katrien ­Baerts stond op de Ruhr­triënnale in een nieuwe productie van Olga Neuwirth en op de Salzburger Festspiele in stukken van Beat Furrer en Gérard Grisey. Voor een Grisey-opname met het WDR Sinfonieorchester kreeg ze een Preis der deutschen Schallplattenkritik.

In december 2020 zong ze bij het Concertgebouw­orkest in de wereldpremière van Notenkrakers’ notulen van Bram Kortekaas. Bij De Nationale Opera debuteerde ze in Lulu van Berg en de NTR Zaterdagmatinee engageerde haar voor de wereldpremières van The Rise of Spinoza van Loevendie en Suster Bertken van Zuidam. In Jakarta creëerde ze de titel­rol in Prabowo’s dansopera ­Gandari en in Tokio stond ze in House of the Sleeping Beauties van Kris Defoort.

Ze heeft ook partijen als Pamina in Die Zauberflöte en Despina in Così fan tutte van Mozart en Micaëla in Carmen van Bizet op haar repertoire, en oratoria als het Stabat ­Mater van Pergolesi, de Johannes-­Passion van Bach, Mahlers Vierde symfonie en Les illuminations van Britten.

Delen uit ­Kafka-Fragmente van Kurtág zong ze in de Kleine Zaal eerder in maart 2015 in een Close-up-concert met musici van het Concertgebouworkest.

Wibert Aerts, viool

Wibert Aerts is vooral bekend als kamermusicus en als ensemblelid van Het Collectief. Sinds 1998 treedt hij regelmatig op met de Spaanse pianist Caridad Galindo, tussen 2011 en 2013 was hij bovendien lid van het DoelenEnsemble en tussen 2011 en 2015 ook van het Taurus Quartet.

De Vlaamse violist studeerde bij onder anderen Philippe Hirshhorn, Koji Toyoda en Igor Oistrach. 

Hij heeft een grote reputatie opgebouwd als interpretator van moderne en nieuwe muziek. Hij nam een tiental cd’s op, waaronder Violin Faces met werken van Bernd Alois Zimmermann, Hartmann en Berio, en maakte in 2013 zijn Duitse debuut als solist in Saariaho’s Graal théâtre. Hij speelde in wereldpremières van hedendaagse componisten als Jean-Pierre Deleuze, Mauricio Kagel, Daan Janssens, Luc Brewaeys, Frederic Rzewski en Kee-Yong Chong.

In solorecitals of kamermuziek­optredens met Het Collectief treedt de violist op in zalen als Het Concert­gebouw, het Muziekgebouw, De Doelen in Rotterdam, Bozar in Brussel, De Singel in Antwerpen, het Concertgebouw Brugge en de Tonhalle Düsseldorf, en op festivals als Ars Musica (Brussel), het Festival van Vlaanderen, het Klara Festival, Festival 20.21 Leuven, de Ruhrtriënnale en het Festival Campos de Jordao (São Paulo).

Naast zijn podiumcarrière geeft Wibert Aerts wereldwijd masterclasses en is hij verbonden aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en aan de École Supé­rieure des Arts in Mons.

Lise Bruyneel, videojockey

Lise Bruyneel werkt in dialoog tussen beeldende kunsten en podiumkunsten. Na haar studies cello (Brussel en Berlijn) en kunstgeschiedenis (Brussel en Rome) was ze eerst actief als celliste en daarna als dramaturge in de operawereld (Staatsoper Berlin, De Nationale Opera in Amsterdam, Opéra de Paris).

In 2009 richtte ze la fabrique des regards op, met het idee om als beelddramaturge en grafisch ontwerpster op verschillende manieren te reflecteren op geluiden, bewegingen en beelden. Zo werkte ze voor podiumkunstinstellingen als Concertgebouw Brugge, Opera Ballet Vlaanderen, Festival 20-21 Leuven en de Ruhrtriennale. Sinds 2013 experimenteert Lise Bruyneel als klassieke VJ (videojockey) met nieuwe wegen tussen beeldende kunst en muziek door het live mixen van video’s tijdens klassieke concerten, met een persoonlijke stijl die verschillende soorten visuele elementen in meerdere lagen combineert.