Traditie
door Anna de Vey Mestdagh 12 feb. 2024 12 februari 2024
Tweede violiste in het Concertgebouworkest Anna de Vey Mestdagh laat in haar maandelijkse column weten wat haar zoal bezighoudt. Deze maand: Anna's gepassioneerde pleidooi over traditie en muzikale wederopstandingen.
De Matthäus-Passion. Ieder jaar rond Pasen zijn de uitvoeringen van dit meesterwerk van Johann Sebastian Bach vaste prik in Het Concertgebouw en op heel veel andere plaatsen in Nederland. Dat noem je traditie. Heerlijk, je weet precies wat je kunt verwachten. Hemeltergend mooie aria’s, berustende koralen en een uit het diepst van zijn wezen vertel-zingende evangelist. Na een urenlange onderdompeling in het lijdensverhaal kom je geheid thuis met een gelouterd gemoed.
Maar wacht even. Was het eigenlijk altijd al een traditie, die jaarlijkse Matthäus? Nou nee. Na Bachs dood was het lange tijd stil, tot het werk in 1829 door niemand minder dan Felix Mendelssohn uit de vergetelheid werd gehaald. En pas sinds 1899 is de Matthäus in Nederland een jaarlijkse traditie geworden, dankzij het enthousiasme van pleitbezorger Willem Mengelberg. Goed idee, zo’n muzikale wederopstanding, dachten we dit seizoen bij het Concertgebouworkest. Laten we kijken of er nog meer onder het stof vandaan te halen valt.
Zo speelden we eind vorig jaar de Sechs Monologe aus Jedermann van de Zwiterse Nederlander Frank Martin, een bijzonder indringend stuk dat we al bijna veertig jaar niet meer hadden uitgevoerd. In januari stond er een verrassend frisse ouverture van de ons totaal onbekende negentiende-eeuwse componist Louise Farrenc op het programma en in februari het muziekdrama Het pand der goden van Johannes Nicolaas Helstone, voor het eerst en laatst in Suriname uitgevoerd in 1906. Een heel divers repertoire, en stuk voor stuk composities die de moeite waard zijn.
Gaat de uitvoering van deze werken nu uitgroeien tot traditie? Waarschijnlijk niet, want daar is iets meer voor nodig dan een enkele uitvoering. Bijvoorbeeld een vasthoudende pleitbezorger en een enthousiast onthaal door pers en publiek. Mag ik u misschien verleiden? Daarnaast kunt u natuurlijk ook gewoon van de Matthäus blijven genieten.
De Matthäus-Passion. Ieder jaar rond Pasen zijn de uitvoeringen van dit meesterwerk van Johann Sebastian Bach vaste prik in Het Concertgebouw en op heel veel andere plaatsen in Nederland. Dat noem je traditie. Heerlijk, je weet precies wat je kunt verwachten. Hemeltergend mooie aria’s, berustende koralen en een uit het diepst van zijn wezen vertel-zingende evangelist. Na een urenlange onderdompeling in het lijdensverhaal kom je geheid thuis met een gelouterd gemoed.
Maar wacht even. Was het eigenlijk altijd al een traditie, die jaarlijkse Matthäus? Nou nee. Na Bachs dood was het lange tijd stil, tot het werk in 1829 door niemand minder dan Felix Mendelssohn uit de vergetelheid werd gehaald. En pas sinds 1899 is de Matthäus in Nederland een jaarlijkse traditie geworden, dankzij het enthousiasme van pleitbezorger Willem Mengelberg. Goed idee, zo’n muzikale wederopstanding, dachten we dit seizoen bij het Concertgebouworkest. Laten we kijken of er nog meer onder het stof vandaan te halen valt.
Zo speelden we eind vorig jaar de Sechs Monologe aus Jedermann van de Zwiterse Nederlander Frank Martin, een bijzonder indringend stuk dat we al bijna veertig jaar niet meer hadden uitgevoerd. In januari stond er een verrassend frisse ouverture van de ons totaal onbekende negentiende-eeuwse componist Louise Farrenc op het programma en in februari het muziekdrama Het pand der goden van Johannes Nicolaas Helstone, voor het eerst en laatst in Suriname uitgevoerd in 1906. Een heel divers repertoire, en stuk voor stuk composities die de moeite waard zijn.
Gaat de uitvoering van deze werken nu uitgroeien tot traditie? Waarschijnlijk niet, want daar is iets meer voor nodig dan een enkele uitvoering. Bijvoorbeeld een vasthoudende pleitbezorger en een enthousiast onthaal door pers en publiek. Mag ik u misschien verleiden? Daarnaast kunt u natuurlijk ook gewoon van de Matthäus blijven genieten.