Zo ontstond de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten
door Johan Giskes 15 mrt. 2025 15 maart 2025
Om aandacht te vragen voor de nodige restauratie van Het Concertgebouw startte in 1984 de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten. Veertig jaar na dato is die nog steeds springlevend.
Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders laat Koningin Beatrix en Prins Claus zien hoe het gebouw er na de verbouwing uit komt te zien, 1984
Begin jaren 1980 is de staat van het bijna honderd jaar oude Concertgebouw zeer zorgelijk. Het dreigt onder zijn eigen gewicht van 10.000 ton te bezwijken. Toenmalig directeur Martijn Sanders neemt het initiatief tot een grootscheepse restauratie en verbouwing: de fundering wordt vernieuwd, er wordt meer ruimte gecreëerd voor musici, publiek en personeel en technische installaties worden aangepast en vervangen. Naast subsidies is veel extra geld nodig, hij gaat uit van in totaal 35 miljoen gulden. Om niet alleen bij de Nederlandse, maar ook bij de buitenlandse muziekliefhebbers aandacht te genereren voor de hoognodige renovatie programmeert Sanders met ondersteuning van sponsors uit het bedrijfsleven een prestigieuze Grote Zaal-serie voor het seizoen 1984/1985. Hiermee werd de basis gelegd voor het nog steeds succesvolle sponsor- en fondsenwervingsbeleid.
Drievoudig wereldberoemd
Tussen 8 september 1984 en 8 juni 1985 presenteren zich onder de naam Wereldberoemde Symfonieorkesten drie Amerikaanse en drie Europese gezelschappen: achtereenvolgens het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Seiji Ozawa, het Concertgebouworkest met de altijd graag geziene Eugen Jochum, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Colin Davis, het Chicago Symphony Orchestra met Georg Solti, de Berliner Philharmoniker onder de directie van Herbert von Karajan en het New York Philharmonic Orchestra met Zubin Mehta. Behalve het Concertgebouworkest komen alle orkesten met hun chef-dirigent. Er is dus ook sprake van een serie wereldberoemde dirigenten.
Boven de bespreking in het Algemeen Dagblad prijkt ‘Concertgebouw boft’
De meeste uitgevoerde werken zijn ook wereldberoemd: symfonieën van Brahms, Bruckner en Dvořák, Brahms’ Serenade, op. 11, Richard Strauss’ Don Quixote met medewerking van de nog vrij jonge maar intussen al befaamde cellist Yo-Yo Ma, La mer van Debussy, de Tweede suite uit ‘Daphnis et Chloé’ van Ravel, Carnaval van Dvořák en de Sinfonia concertante in Es groot KV 297b van Mozart met vier soloblazers uit New York. Maar ook een nog niet zo bekende Sjostakovitsj-symfonie, de Ouverture ‘Les francs-juges’ van Berlioz en A Haunted Landscape van de Amerikaanse componist George Crumb.
Groots begin
Na het eerste concert prijkt boven de bespreking in het Algemeen Dagblad van 10 september ‘Concertgebouw boft’. Niet alleen vanwege het hoge muzikale niveau, maar ook sociaal en financieel gezien. Koningin Beatrix en prins Claus, in zijn functie als voorzitter van het comité van aanbeveling van de Stichting ‘Steun het Concertgebouw’, onderstrepen met hun aanwezigheid het belang van de renovatieserie. De andere leden van het comité zijn de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Elco Brinkman, Bernard Haitink als chef-dirigent van het Concertgebouworkest, de burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn, de commissaris van de koningin in Noord-Holland Roel de Wit, en de Minister van Staat Jelle Zijlstra. De Telegraaf citeert dirigent Seiji Ozawa: ‘We hebben onmiddellijk dit […] concert aan onze Europese tournee toegevoegd, toen we hoorden dat het ging om de renovatie van het Amsterdamse Concertgebouw. Bovendien heb ik de heerlijkste herinneringen aan deze zaal. Het is een cultureel monument dat behouden dient te blijven.’ Verder wordt in de pers melding gemaakt van de aanwezigheid van directeuren van multinationals, ambassadeurs en ‘andere duur betaalde personen’. Bijzonder is ook de aanwezigheid van talrijke Amerikaanse sponsors van de Bostonse Europa-tournee. De sponsor van deze bijzondere avond in Het Concertgebouw is I.B.M. Nederland.
Resultaten
Na het tweede concert kopt Het Parool: ‘Jochum laat Bruckners Achtste volmaakt uitvoeren’. Aan het eind van zijn bespreking laat muziekrecensent Eddie Vetter weten dat het Concertgebouworkest zich inderdaad van wereldniveau heeft getoond.
Op 11 april 1988 wordt in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus het eeuwfeest gevierd
Ten aanzien van het optreden van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Colin Davis zet de Volkskrant kortweg boven de bijdrage van Hans Heg: ‘Beiers orkest mist klankcultuur’. In het volgende concert maakt het Chicago Symphony Orchestra indruk, zo blijkt uit het Algemeen Dagblad, met ‘een prachtige klank: warm en vol als een zacht dekbed van topkwaliteit op een koude winternacht. Zeer opvallend was het fenomenale pizzicato’, aldus Doron Nagan.
De waardering voor het optreden van Karajan met de Berliner Philharmoniker liep uiteen en aan het eind van de serie concludeert Hans Heg in zijn krant dat het New York Philharmonic Orchestra ‘in zekere zin ook virtuoos’ was maar zonder ‘eigen kleur’ en dat het Concertgebouworkest zich met gemak in het internationale milieu kan handhaven, ‘zeker als er grote dirigenten voor staan’. De sponsoren van deze concerten waren achtereenvolgens Heineken Nederland, Bank Mees & Hope, American Express, de Perscombinatie en de Nederlandsche Middenstandsbank.
Aan het einde van de reeks Wereldberoemde Symfonieorkesten blijkt dat het grootse programmeringswaagstuk van Martijn Sanders Het Concertgebouw mede een nieuwe toekomst heeft gegeven. Ook in artistiek opzicht: in voorjaar 1985 verschijnt in Preludium de aankondiging dat de serie per 1986/1987 wordt voortgezet, en op langere termijn zouden er meer nieuwe series en concerten volgen in wat we tegenwoordig kennen als de Eigen Programmering. Als op 11 april 1988 in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus het eeuwfeest wordt gevierd is de renovatie voltooid. De voorzijde van het symmetrische gebouw blijkt niet te hebben geleden van de aanbouw, de aanleg van een ‘kelder’ met de noodzakelijke extra ruimtes heeft de akoestiek van de Grote Zaal niet veranderd. De serie met de belangrijkste internationale orkesten is een pijler gebleven van de Eigen Programmering en wordt tegenwoordig ondersteund vanuit het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten, dat onderdeel is van Het Concertgebouw Fonds.
Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders laat Koningin Beatrix en Prins Claus zien hoe het gebouw er na de verbouwing uit komt te zien, 1984
Begin jaren 1980 is de staat van het bijna honderd jaar oude Concertgebouw zeer zorgelijk. Het dreigt onder zijn eigen gewicht van 10.000 ton te bezwijken. Toenmalig directeur Martijn Sanders neemt het initiatief tot een grootscheepse restauratie en verbouwing: de fundering wordt vernieuwd, er wordt meer ruimte gecreëerd voor musici, publiek en personeel en technische installaties worden aangepast en vervangen. Naast subsidies is veel extra geld nodig, hij gaat uit van in totaal 35 miljoen gulden. Om niet alleen bij de Nederlandse, maar ook bij de buitenlandse muziekliefhebbers aandacht te genereren voor de hoognodige renovatie programmeert Sanders met ondersteuning van sponsors uit het bedrijfsleven een prestigieuze Grote Zaal-serie voor het seizoen 1984/1985. Hiermee werd de basis gelegd voor het nog steeds succesvolle sponsor- en fondsenwervingsbeleid.
Drievoudig wereldberoemd
Tussen 8 september 1984 en 8 juni 1985 presenteren zich onder de naam Wereldberoemde Symfonieorkesten drie Amerikaanse en drie Europese gezelschappen: achtereenvolgens het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Seiji Ozawa, het Concertgebouworkest met de altijd graag geziene Eugen Jochum, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Colin Davis, het Chicago Symphony Orchestra met Georg Solti, de Berliner Philharmoniker onder de directie van Herbert von Karajan en het New York Philharmonic Orchestra met Zubin Mehta. Behalve het Concertgebouworkest komen alle orkesten met hun chef-dirigent. Er is dus ook sprake van een serie wereldberoemde dirigenten.
Boven de bespreking in het Algemeen Dagblad prijkt ‘Concertgebouw boft’
De meeste uitgevoerde werken zijn ook wereldberoemd: symfonieën van Brahms, Bruckner en Dvořák, Brahms’ Serenade, op. 11, Richard Strauss’ Don Quixote met medewerking van de nog vrij jonge maar intussen al befaamde cellist Yo-Yo Ma, La mer van Debussy, de Tweede suite uit ‘Daphnis et Chloé’ van Ravel, Carnaval van Dvořák en de Sinfonia concertante in Es groot KV 297b van Mozart met vier soloblazers uit New York. Maar ook een nog niet zo bekende Sjostakovitsj-symfonie, de Ouverture ‘Les francs-juges’ van Berlioz en A Haunted Landscape van de Amerikaanse componist George Crumb.
Groots begin
Na het eerste concert prijkt boven de bespreking in het Algemeen Dagblad van 10 september ‘Concertgebouw boft’. Niet alleen vanwege het hoge muzikale niveau, maar ook sociaal en financieel gezien. Koningin Beatrix en prins Claus, in zijn functie als voorzitter van het comité van aanbeveling van de Stichting ‘Steun het Concertgebouw’, onderstrepen met hun aanwezigheid het belang van de renovatieserie. De andere leden van het comité zijn de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Elco Brinkman, Bernard Haitink als chef-dirigent van het Concertgebouworkest, de burgemeester van Amsterdam Ed van Thijn, de commissaris van de koningin in Noord-Holland Roel de Wit, en de Minister van Staat Jelle Zijlstra. De Telegraaf citeert dirigent Seiji Ozawa: ‘We hebben onmiddellijk dit […] concert aan onze Europese tournee toegevoegd, toen we hoorden dat het ging om de renovatie van het Amsterdamse Concertgebouw. Bovendien heb ik de heerlijkste herinneringen aan deze zaal. Het is een cultureel monument dat behouden dient te blijven.’ Verder wordt in de pers melding gemaakt van de aanwezigheid van directeuren van multinationals, ambassadeurs en ‘andere duur betaalde personen’. Bijzonder is ook de aanwezigheid van talrijke Amerikaanse sponsors van de Bostonse Europa-tournee. De sponsor van deze bijzondere avond in Het Concertgebouw is I.B.M. Nederland.
Resultaten
Na het tweede concert kopt Het Parool: ‘Jochum laat Bruckners Achtste volmaakt uitvoeren’. Aan het eind van zijn bespreking laat muziekrecensent Eddie Vetter weten dat het Concertgebouworkest zich inderdaad van wereldniveau heeft getoond.
Op 11 april 1988 wordt in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus het eeuwfeest gevierd
Ten aanzien van het optreden van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Colin Davis zet de Volkskrant kortweg boven de bijdrage van Hans Heg: ‘Beiers orkest mist klankcultuur’. In het volgende concert maakt het Chicago Symphony Orchestra indruk, zo blijkt uit het Algemeen Dagblad, met ‘een prachtige klank: warm en vol als een zacht dekbed van topkwaliteit op een koude winternacht. Zeer opvallend was het fenomenale pizzicato’, aldus Doron Nagan.
De waardering voor het optreden van Karajan met de Berliner Philharmoniker liep uiteen en aan het eind van de serie concludeert Hans Heg in zijn krant dat het New York Philharmonic Orchestra ‘in zekere zin ook virtuoos’ was maar zonder ‘eigen kleur’ en dat het Concertgebouworkest zich met gemak in het internationale milieu kan handhaven, ‘zeker als er grote dirigenten voor staan’. De sponsoren van deze concerten waren achtereenvolgens Heineken Nederland, Bank Mees & Hope, American Express, de Perscombinatie en de Nederlandsche Middenstandsbank.
Aan het einde van de reeks Wereldberoemde Symfonieorkesten blijkt dat het grootse programmeringswaagstuk van Martijn Sanders Het Concertgebouw mede een nieuwe toekomst heeft gegeven. Ook in artistiek opzicht: in voorjaar 1985 verschijnt in Preludium de aankondiging dat de serie per 1986/1987 wordt voortgezet, en op langere termijn zouden er meer nieuwe series en concerten volgen in wat we tegenwoordig kennen als de Eigen Programmering. Als op 11 april 1988 in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus het eeuwfeest wordt gevierd is de renovatie voltooid. De voorzijde van het symmetrische gebouw blijkt niet te hebben geleden van de aanbouw, de aanleg van een ‘kelder’ met de noodzakelijke extra ruimtes heeft de akoestiek van de Grote Zaal niet veranderd. De serie met de belangrijkste internationale orkesten is een pijler gebleven van de Eigen Programmering en wordt tegenwoordig ondersteund vanuit het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten, dat onderdeel is van Het Concertgebouw Fonds.